OPERA GAZET
![]()
Opera
van
Théodore Gouvy op een libretto van
Moritz Hartmann naar het gelijknamige toneelstuk van
Pierre Corneille. Wereldcreatie in het Saarländisches Staatstheater te
Saarbrücken op 3 juni 2011.
Op een week tijd woonden wij de wereldcreatie bij van twee operawerken van
Théodore Gouvy: “Mateo Falcone” in Metz en deze Duitse versie van “Le
Cid”.
Natuurlijk
moeten wij deze toondichter even voorstellen. Hij was de jongste zoon van
een Franse industriemagnaat in het huidige Saarbrücken-Schafbrücke. We
willen extra vermelden dat de herkomst van de familie terug te vinden is in
Goffontaine, een dorp niet ver van Luik. Daar komt de naam Gouvy van. Hij
werd in 1819 geboren en had de Duitse nationaliteit tengevolge van de
beslissingen van het Congres te Wenen in 1815 na de nederlaag van Napoleon.
Zijn ouders hadden de Franse nationaliteit. Zijn moeder vond het
noodzakelijk dat hij rechten ging studeren. Maar deze studie beviel hem
niet, hij wilde muziek maken. Gezien zijn background moest hij niet werken
voor de kost en kon hij zich volledig wijden aan de muziek. Gezien hij voor
de Fransen een vreemdeling was, werd hij niet toegelaten tot het officiële
opvoedingscircuit en hij mocht ook niet deelnemen aan examens of
competitiewedstrijden. Via privéstudies, studiereizen naar Berlijn en Italië
werd zijn horizon groter. Verschillende symfonieën zagen het licht alsook
heel wat kamermuziek. Hij woonde in Parijs, zijn composities werden positief
onthaald en hij werd een deel van de muzikale wereld van de lichtstad. Hij
vroeg in 1834 de Franse nationaliteit, hij moest hierop wachten tot 1851.
Vanaf 1870 ontstonden er ook vocale werken, zoals een Requiem, enkele
cantates, zeker 100 liederen, een Stabat Mater, een Missa brevis en ook
enkele opera’s. Hij onderhield contacten met Franse en Duitse kunstenaars
zoals Berlioz, Saint-Saëns, Massenet, Liszt, Brahms, Bruch en Rheinberger.
Hij kreeg hoge functies zowel in Duitsland als in Frankrijk. Tijdens een
concertreis naar Leipzig in 1898 overleed hij tengevolge van een
hartinfarct.
De
opera “Der Cid” dateert uit 1865 en werd nooit eerder opgevoerd. Graag noteren
wij enkele gebeurtenissen uit de Spaanse geschiedenis, want hierop is de
inhoud van het werk gebaseerd. Don Diego en graaf Gormas hebben beslist hun
kinderen Rodrigue en Chimène te laten trouwen, want zij zijn op elkaar
verliefd. Maar de graaf is jaloers dat de oude Don Diego een belangrijke
taak zal krijgen aan het prinselijk hof. Hij beledigt de oude man door hem
een kaakslag te geven. Don Diego is te oud om zich te wreken. Zijn zoon
Rodrigue doodt de vader van Chimène in een duel. Zij probeert haar liefde af
te zweren en vraagt het hoofd van Rodrigue aan de koning. Maar de Moren
vallen het koningrijk binnen. Rodrigue gebruikt deze situatie om zijn
waardigheid te bewijzen. Hij wordt een nationale held. Chimène blijft op
haar standpunt. Zij zorgt dat er een duel plaatsvindt tussen Alonzo, een
andere aanbidder, en Rodrigue. Zij zal de overwinnaar huwen. Alonzo komt met
een bebloed zwaard, maar zij wijst hem af, want ze houdt alleen van
Rodrigue. Uiteindelijk blijkt dat de man van haar dromen niet dood is en de
koning geeft zijn akkoord voor het huwelijk, dat met één jaar uitstel zal
gevierd worden.
De regie lag in handen van de Nederlandse Jetske Mijnssen. Er was geen
regievoorgeschiedenis waarop zij terug kon vallen. Zij had aandacht voor de
twee lagen in de plot. Er was de oorlog tussen de Spanjaarden en de Moren en
de psychologische facetten van de personages. Deze tweede laag van het
verhaal werd de kern van haar concept. Het geheel werd naar ons tijdperk
verplaatst.
De muzikale leiding van het Saarländischen Staatsorchester werd waargenomen
door Arthur Fagen. Deze Amerikaan die met het werk kennis maakte acht weken
voor de première, liet het orkest op een indringende wijze musiceren. Ook
het koor klonk kernachtig en gedisciplineerd. De hoofdrollen vragen een
heldentenor en een dramatische sopraan. Hans-Georg Priese vertolkte Rodrigo
op een briljante en krachtige wijze.
Zijn
tegenspeelster was de sopraan Christa Ratzenböck als Chimène (Ximene in het
Duits) die met een stralend timbre haar dramatische rol zong. Beiden waren
ideaal voor deze verklanking, qua stemmen harmonieerden zij heel goed en
daarbij konden wij in hun personages geloven. Verder hoorden wij een
genietbare Don Diego gezongen door de zieke bas Hiroshi Matsui. Ook de bas
Thomas Jesatko zong een geslaagde Graf Gormas.
Laat ons hopen dat andere operahuizen dit werk ook eens op het speelplan
zetten. Deze opera verdient het niet terug te verdwijnen onder het stof.
Er zijn nog voorstellingen op 16 en 18 juni 2011.
W.V. (Gepubliceerd op 11/6/2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Christina Ratzenböck als Ximene, Thomas Jesatko als Graaf Gormas.
2) Ensemble en koor.
3) Hans Georg Priese als Rodrigo en
koor.
Copyright foto's
©
Bettina Stöss/Stage Picture.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()