OPERA GAZET
![]()
Opera
in drie bedrijven van
Léo Delibes
op een tekst van Edmond Gondinet en Philippe Gillen naar een roman van
Pierre Loti. De eerste opvoering had plaats in de Opéra-Comique te Parijs op 14
april 1883. We woonden op 22 januari 2011 de première bij van een nieuwe
productie in het Theater Trier.
Léo Delibes is niet onmiddellijk zo bekend als operacomponist. Zijn faam berust vooral op de baletten “Coppélia” en Sylvia”. Van zijn bijna 25 toneelwerken wordt enkel “Lakmé” nog opgevoerd, hoewel voorstellingen buiten Frankrijk uitzonderlijk genoemd kunnen worden. Hoewel waarschijnlijk weinigen de opera ooit in het theater zagen, bevat de opera een aantal passages zoals het bloemenduet of de klokjesaria die elke melomaan zal (her)kennen. We zijn dan ook vol lof voor de opera van Trier dat het Duitse publiek de kans biedt om de ganse opera te beleven.
Het verhaal van "Lakmé" is volledig in de trant van
wat aan het einde van de negentiende eeuw in de mode was: de vlucht van de
realiteit, typisch voor het fin-de-sciècle, naar een feeërieke streek in het
verre oosten. Vergelijkbare werken zijn “Le roi de Lahore” van Massenet of
“Les pêcheurs de perles” van Bizet. Delibes weet in zijn muziek die oosterse sfeer
vooral in het tweede en het derde bedrijf mooi over te brengen in een
partituur die aangenaam voortkabbelt en nooit verveelt, maar ook nooit verrast.
En dan komen we tot wat volgens ons het zwakke punt is van “Lakmé”: de
muziek ontwikkelt niet of onvoldoende mee met het drama waardoor de
toeschouwer zich onvoldoende betrokken voelt bij wat op het toneel gebeurt.
Bovendien is de karaktertekening eerder oppervlakkig.
Het
verhaal van de hindoepriesteres Lakmé die verliefd wordt op een lid van het
Engelse bezettingsleger Gérald en daarvoor verstoten wordt door haar vader
de hogepriester Nilakantha die ook Gérald wil vermoorden, klinkt ook
vandaag erg bekend in de oren. Het viel dan ook te verwachten dat regisseur
Bruno Berger-Gorski voor een verplaatsing van het gegeven naar onze tijd
zo opteren. Deze techniek die door veel hedendaagse regisseurs te pas en te
onpas wordt toegepast werkt wonderwel voor “Lakmé”, ook al omdat de regie
eigenlijk de loop van het verhaal respecteert. Voornaamste aanpassing aan
het oorspronkelijke gegeven is dat Berger-Gorski de klemtoon legt op het
onbegrip tussen verschillende culturen eerder dan op het godsdienstfanatisme
van Nilakantha. Dit wordt erg duidelijk in het tweede bedrijf waar het
marktplein bevolkt wordt door hindoes, maar ook door vrouwen in boerka,
westerse toeristen en UNO blauwhelmen die elkaar met weinig respect
bejegenen. Het decor van Thomas Dörfler sluit perfect aan bij de bedoelingen
van de regisseur. Al bij al een goed beredeneerd concept dat ons en, afgaand
op de reacties achteraf, ook het premièrepubliek kon bekoren.
“Lakmé”
is zeker voor een kleiner theater niet zo eenvoudig te bezetten. Op dat punt
was de voorstelling in Trier wat wisselvallig, al kan ook het feit dat het
om een première ging daar voor iets tussen gezeten hebben. In de
titelrol, geschreven voor de Amerikaanse coloratuursopraan
Marie
van Zandt, hoorden we de Duitse sopraan
Adréana Kraschewski. Na een wat aarzelend begin groeide ze vocaal in
haar rol met als apotheose een mooie vertolking van de klokjesaria. De stem
die goed projecteert heeft een erg mooi timbre dat in de forte passages
helaas wat vervormt. Als een geheel vonden we haar prestatie in elk geval
erg mooi. Als haar aanbidder Gérald werd de Duitse tenor Andreas Wagner
gecast. Hij stortte zich met hart en ziel in zijn rol maar dat was helaas
niet voldoende om zijn vocale tekortkomingen te verbergen. De aria
“Fantaisie aux divins mensognes” in het eerste bedrijf koste zoveel moeite
dat het lyrische, haast dromerige karakter volledig verloren ging. Later
herpakte hij zich wel wat. We hopen dat de man in een mindere dag was.
Alexander Trauth was een bij momenten imponerende Nilakantha” en
Claudia-Denise
Beck een vocaal en scenisch pikante Mallika. Ook de kleinere rollen
waren bevredigend bezet met o.a. Carlo Aguirre al Frédéric en
Evelyn Czesla als
Geralds verloofde Ellen.
Dirigent Victor Puhl gaf een erg lyrische vertolking van Delibes’ muziek en zorgde ervoor dat zijn solisten op geen enkel moment in de problemen kwamen met tempi of volume. Het koor en extrakoor van het Theater Trier had soms wat problemen om samen te blijven maar dat zal ongetwijfeld verbeteren bij verdere voorstellingen.
Ondanks enkele reserves beleefden we veel plezier aan de voorstelling van een opera die maar al te zelden opgevoerd wordt. We kunnen de nieuwsgierige melomaan enkel aanraden om het zelf te gaan meemaken. Dat kan nog een zestal keer tot 2 april 2011.
H.D. (Gepubliceerd op 23 januari 2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Andreas Wagner als Gérald.
2) Adréana Kraschewski al Lakmé en Alexander Trauth als Nilakantha.
3) Markstscène in het tweede bedrijf.
Copyright foto's © Friedemann Vetter
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()