OPERA GAZET
![]()
Opera
van
Théodore Gouvy
(muziek en libretto) vertaald door René en Jonathan Auclair naar een novelle
van
Prosper Mérimée. Bezochte wereldcreatie in het Opéra-Théatre te Metz op
27 mei 2011.
Op een week tijd woonden wij de wereldcreatie bij van twee operawerken van
Théodore Gouvy:
“Der Cid” in het Saarländsches Staatstheater te Saarbrücken en deze
“Mateo Falcone”.
Natuurlijk
moeten wij deze toondichter even voorstellen. Hij was de jongste zoon van
een Franse industriemagnaat in het huidige Saarbrücken-Schafbrücke. We
willen extra vermelden dat de herkomst van de familie terug te vinden is in
Goffontaine, een dorp niet ver van Luik. Daar komt de naam Gouvy van. Hij
werd in 1819 geboren en had de Duitse nationaliteit tengevolge van de
beslissingen van het Congres te Wenen in 1815 na de nederlaag van Napoleon.
Zijn ouders hadden de Franse nationaliteit. Zijn moeder vond het
noodzakelijk dat hij rechten ging studeren. Maar deze studie beviel hem
niet, hij wilde muziek maken. Gezien zijn background moest hij niet werken
voor de kost en kon hij zich volledig wijden aan de muziek. Gezien hij voor
de Fransen een vreemdeling was, werd hij niet toegelaten tot het officiële
opvoedingscircuit en hij mocht ook niet deelnemen aan examens of
competitiewedstrijden. Via privéstudies, studiereizen naar Berlijn en Italië
werd zijn horizon groter. Verschillende symfonieën zagen het licht alsook
heel wat kamermuziek. Hij woonde in Parijs, zijn composities werden positief
onthaald en hij werd een deel van de muzikale wereld van de lichtstad. Hij
vroeg in 1834 de Franse nationaliteit, hij moest hierop wachten tot 1851.
Vanaf 1870 ontstonden er ook vocale werken, zoals een Requiem, enkele
cantates, zeker 100 liederen, een Stabat Mater, een Missa brevis en ook
enkele opera’s. Hij onderhield contacten met Franse en Duitse kunstenaars
zoals Berlioz, Saint-Saëns, Massenet, Liszt, Brahms, Bruch en Rheinberger.
Hij kreeg hoge functies zowel in Duitsland als in Frankrijk. Tijdens een
concertreis naar Leipzig in 1898 overleed hij tengevolge van een
hartinfarct.
"Mateo
Falcone" is een korte eenakter. Daarom werd te Metz dit werk aangevuld met
twaalf Corsicaanse liederen geschreven door Henri Tomasi. Maar wie was deze
componist? Hij werd in 1901 te Marseille geboren, zijn ouders waren
Corsicanen. Heel jong ging hij al naar het conservatorium in zijn
geboortestad. In 1927 behaalde hij in één keer een “Prix de Rome” en een
eerste prijs van orkestdirectie. Hij begon een belangrijke carrière als
dirigent en stond voor de belangrijkste Franse en Europese orkesten. Hij
maakte deel uit van de groep “Triton” aan de zijde van Darius Milhaud,
Arthur Honegger en Francis Poulenc. Hij componeerde heel wat symfonische
werken alsook lyrische - en theater stukken en tot slot verschillende
opera’s. In 1952 kreeg hij een zwaar auto-ongeluk waardoor hij zich verder
alleen kon bezighouden met componeren. Hij overleed te Parijs in 1971 en in
2001 werd zijn stoffelijk overschot overgebracht naar Corsica.
De twaalf “Chants de l’île de Corse” gaan over het water en de zee in alle
mogelijke schakeringen: over de lucht met zijn hemel en wolken, over het
vuur en de aarde met zijn bergen en stenen, met zijn vegetatie en
uiteindelijk over de mens en zijn waarden en tradities. Hier sluiten deze
gezangen aan bij de eenakter van Gouvy.
Het verhaal van “Mateo Falcone” speelt zich af op Corsica. Prosper Mérimée
schreef één van zijn meest indringende maar ook één van zijn meest brutale
romans. Fortunato, de zoon van Mateo, heeft de wetten van de gastvrijheid
overschreden door een ontsnapte gevangene over te leveren aan de politie.
Falcone doodt zijn zoon zonder vorm van proces. In deze opera maken wij
kennis met twee visies betreffende legaliteit: de archaïsche en de
hedendaagse.
Het Nationaal Orkest van Lorraine en het Koor van het Opéra Théatre de Metz
Métropole stonden onder leiding van Jacques Mercier. De kleuren en de geuren
van Corsica werden indrukwekkend verklankt. De regie van Eric Chevalier was
verzorgd. De kostuums van Danièle Barraud maakten een duidelijk onderscheid
tussen de bewoners en de politie. De eerste waren gekleed in de traditionele
klederdracht en de tweede droegen hedendaagse uniformen.
De
rol van Mateo werd vertolkt door de beroemde Franse bariton Jean-Philippe
Lafont. Op een weergaloze wijze gaf hij gestalte aan deze pater familias. De
rol van Fortunato was in handen van de sopraan Valérie Condoluci en de vrouw
van Mateo, Giuseppa, werd gezongen door de sopraan Catherine Hunold. De
bandiet Gianetto Sanpiero werd vertolkt door de bas Eric Martin-Bonnet en de
tenor Florian Laconi was de adjudant Tiodoro Gamba. Elke protagonist gaf het
beste van zichzelf in deze korte opera. Wij willen ook nog de solistische
sopraanpartij van Nicole Fournié vermelden in de twaalf Corsicaanse
liederen.
Deze avond was zeer geslaagd en is zelfs een aanmoediging om eens naar
Corsica op vakantie te gaan.
De opera werd nog opgevoerd op 29 en 31 mei 2011.
W.V (Gepubliceerd op 11/6/2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Valérie Condoluci als Fortunato en Florian Laconi als Tiodoro Gamba.
2) Jean-Philippe Lafont als Mateo Falcone, Valérie Condoluci als Fortunato,
Catherine Hunold als Giuseppa en koor
3) Jean-Philippe Lafont als Mateo Falcone en Valérie Condoluci als Fortunato
Copyright foto's ©
Philippe Gisselbrecht - Metz Métropole.
TERUG NAAR
KEUZELIJST FRANKRIJK
![]()