OPERA GAZET
![]()
Lyrische
tragedie in drie bedrijven van
Gaetano Donizetti op een libretto van
Salvatore Cammarano naar het drama “Polyeucte” van
Pierre Corneille. De opera werd op 10 april 1840 gecreëerd in het Teatro
San Carlo te Napels. We woonden op 17 september 2010 een de première bij van
een nieuwe productie in het Teatro Donizetti te Bergamo
Het Teatro Donizetti
heeft elke herfst een kort operaseizoen. De klemtoon ligt daarbij op bekend
en minder bekend werk van Donizetti die afkomstig is uit Bergamo, maar ook
ander repertoire komt aan bod. Het aantal voorstellingen van elke productie
is eerder beperkt. Zo was deze “Poliuto” slechts twee keer te zien.
Na het fiasco van “Maria de Rudenz” in Venetië (1838) was Donizetti op zoek
naar een onderwerp voor zijn volgende opera die later dat jaar in het Teatro
San Carlo te Napels in première moest gaan. In deze periode ontmoette hij de
illustere Franse tenor
Adolphe
Nourrit. Nourrit was gedurende een tiental jaren de eerste tenor geweest
aan de Parijse Opéra waar hij de hoofdrollen creëerde in werken als “La
Juive” van Halévy en “Les Huguenots” van Meyerbeer. Echter, toen in 1837
Gilbert Duprez debuteerde in “Guillaume Tell” van Rossini en daarbij
gebruik maakte van een op dat moment ongebruikelijke viriele zang en uit
volle borst gezongen topnoten, begreep Nourrit dat zijn tijd
gekomen was en besloot hij uit te wijken naar Italië.
Hij zocht contact met
Donizetti omdat die hem de Italiaanse zangstijl kon aanleren en
vermoedelijk ook in de hoop dat de componist voor hem een opera zou
schrijven. Het was dan ook Nourrit die Donizetti wees op de dramatische
mogelijkheden van Corneille's drama en zelf ook meewerkte aan het libretto.
De motivatie van Nourrit om voor dit werk te kiezen had meerdere gronden. Om
te beginnen het onderwerp, daar de tenor sinds enige tijd fanatiek religieus
geworden was. Maar ook dramatisch: de erudiete Nourrit keek een beetje neer
op de oppervlakkige wijze waarop in Italië met libretti omgesprongen werd.
Overigens sluit de grote finale, waarbij de christenen in de arena voor de
leeuwen gegooid worden, eerder aan bij de Franse “grand-opéra” dan bij de
Italiaanse “opera seria”.
Helaas voor Donizetti en Nourrit werd de opera verboden door de Napolitaanse
koning die de religieuze taferelen ongeschikt vond voor het theater. Een
beslissing met grote gevolgen: Donizetti besloot sneller dan gepland naar
Parijs te vertrekken en Nourrit, die in "Poliuto" al zijn hoop gesteld had om
een tweede carrière aan te vatten viel in een depressie die uiteindelijk tot
zijn zelfmoord leidde in maart 1839.
In Parijs maakte Donizetti een nieuwe
versie van zijn partituur onder de titel “Les martyrs”. Op 10 april 1840
ging dit werk in de Parijse Opéra weinig succesvol in première met in de
hoofdrol, o ironie, Gilbert Duprez. Uiteindelijk moest “Poliuto” wachten tot
zes maanden na de dood van de componist om het daglicht te zien. Latere
uitvoeringen bestonden, zoals zo vaak het geval is, uit een mengvorm van beide
partituren, maar de productie die we in Bergamo zagen was gebaseerd op de
kritische editie van de Fondazione Donizetti.
Armenië,
ongeveer 250 jaar voor Christus. Nadat haar geliefde, de Romeinse generaal
Severo, omgekomen is in een gevecht trouwt Paolina de Armeense edelman
Poliuto. Deze laatste heeft zich bekeerd tot het christendom, een verboden
religie. De Romeinse keizer stuurt een speciale gezant die met harde hand
een eind moet maken aan het steeds sterker opkomende christendom: Severo,
die tegen alle geruchten in toch nog leeft. Uiteraard leidt dit tot de
nodige spanningen tussen de hoofdpersonages, maar Paolina blijft haar man
Poliuto trouw. Wanneer deze bekent een christen te zijn en vrijwillig de
martelaarsdood tegemoet gaat, tracht Paolina eerst om hem te redden, maar
wanneer dat niet lukt besluit ze mee met de christenen de leeuwen in de
arena te trotseren.
We begrepen de regie van Marco Spada niet zo erg goed. De solisten en
koorleden waren gekleed in hedendaagse kostuums, terwijl Severo, eveneens in
een modern militair uniform, een groepje Romeinse legionairs aanvoerde. Het
scènebeeld werd gedomineerd door een beeld van een Romeinse godheid.
Uiteindelijk was alles heel statisch wat toch wel wat afbreuk deed aan het
drama. Al bij al een wat brave poging om “modern” te zijn die door het
Italiaanse publiek genadeloos afgestraft werd met overdreven boegeroep. Ons
voornaamste bezwaar bestond erin dat de solisten bij het zingen af en toe
gedwongen werden om achteraan het toneel plaats te nemen, wat de balans met
het orkest niet echt ten goede kwam.
Muzikaal was de voorstelling echter uitzonderlijk genietbaar, op één
uitzondering na. De sopraan
Paoletta Marrocu heeft
zeker het temperament voor de rol, weet veel gevoel in haar zang te leggen
en heeft geen problemen met de beperkte coloraturen, maar we kunnen ons niet
herinneren wanneer we de laatste keer
zoveel valse hoge noten hooren op één avond.
Bij het minste aanspreken van
het hoge register detimbreert de stem en wordt de intonatie een groot
probleem. Vooral in het slotduet met Poliuto bedierven deze uitschuivers de
pret aanzienlijk. Spijtig, want behalve dat was haar prestatie zeker te
genieten. De grote overwinnaar van de avons was dan ook de Amerikaanse tenor
Gregory
Kunde in de titelrol. Kunde lijkt zijn carrière na jaren Rossini zingen,
wat in de richting van zwaardere rollen te willen oriënteren en op dit
moment is zijn stem zowat ideaal voor de rol van Poliuto. Viriel, volumineus
maar ook in staat tot mooie diminuendi en legato. De zangstijl van Kunde
lijkt ons wel eerder aan te sluiten bij Duprez dan bij Nourrit. Prachtig van
stijl en dictie, ondanks een wat kleine stem, was
Simone Del Savio als Severo. De bas Andrea Papi als Callistene maakte
het beste van zijn aria (die hij achteraan de scène moest zingen) en we willen
hem graag in een belangrijkere partij terug horen. Massimiliano Chiarolla
bewees als Nearco dat hij klaar is voor belangrijkere rollen.
Het Orchestra del Bergamo Musica Festival stond onder leiding van
Marcello Rota die
niet op zoek ging naar de kleine details in de partituur, maar zich vooral
tot taak stelde de solisten zo goed mogelijk te begeleiden. Daar slaagde hij
probleemloos in, maar af en toe hadden we de indruk dat de voorstelling
geholpen zou zijn met een wat meer dramatische benadering van het
orkestspel. Mooi was het wel erg uitgebreide koor van het Teatro Donizetti.
Ondanks enkele punten van kritiek een meer dan geslaagde opvoering van een
opera die zeker het zien waard is. Al zal dat dan niet meer in Bergamo
kunnen, want op het moment van dit schrijven zit de laatste voorstelling van
twee er al op. Tenzij U de verplaatsing wil maken naar Sardinië waar de
productie op 8, 10 en 12 oktober 2010 in
Sassari gespeeld wordt. Maar niet getreurd: de talrijk aanwezige camera’s wijzen op
een geplande publicatie op DVD.
H.D. (Gepubliceerd op 19/9/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Simone Del Savio als Severo.
2) Koor en solisten.
3) Paoletta Marrocu als Paolina en Gregory Kunde als Poliuto.
Copyright foto's
© Teatro Donizetti, Bergamo.
![]()