OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN PESARO

Rossini Opera Festival Pesaro

PESARO 2010: CHE ORIGINALI!

Gioacchino RossiniWat onderscheidt het Rossini Opera Festival (ROF) dat jaarlijks plaats vindt in Pesaro van andere zomerfestivals die aan één componist gewijd zijn? De locatie? Inderdaad, het gezellige stadje Pesaro ligt aan de Adriatische kust wat het mogelijk maakt een festivalbezoek te complementeren met een strandvakantie. Of het toegankelijke karakter van het evenement? Ondanks de niet onaardige toegangsprijzen blijft het ROF nog steeds gespaard van het snobistische en elitaire gedoe van vergelijkbare gebeurtenissen die niet noodzakelijk meer kwaliteit bieden en zijn er geen jarenlange wachtlijsten. Neen, wat ons betreft zit de sterkte van het festival in de grote muzikale nalatenschap van Gioacchino Rossini die het mogelijk maakt om tijdens de eenendertigste editie met “Sigismondo” en “Demetrio e Polibio” niet minder dan twee opera’s op te voeren die nog niet tijdens een eerdere editie aan bod kwamen. En ook na dit festival blijven nog werken als “Ciro in Babilonia” en “Aureliano in Palmira” geduldig wachten op hun eerste verschijnen in Pesaro. We vinden dit een niet te onderschatten voordeel ten opzichte van andere jaarlijkse gebeurtenissen die, bij gebrek aan meer “output” van de componist waar ze aan opgedragen zijn, genoodzaakt zijn om steeds opnieuw in herhaling te vervallen.
Een ander, niet te onderschatten voordeel is bovendien dat het ROF, op een enkele uitzondering na, nog niet gegijzeld is door de uitwassen van het zogenaamde “regietheater”. Hoewel de voorstellingen in Pesaro op geen enkele manier te vergelijken zijn met opera-uitvoeringen uit het midden van de vorige eeuw, draait alles nog steeds om de muziek en de zangers in plaats van de regisseur en zo hoort het ook. We huiveren bij de gedachte dat we ooit geconfronteerd zouden worden met de vaak ziekelijke hersenspinsels van mensen als Hans Neuenfels of Calixto Bieito. Dit neemt niet weg dat een deel van het publiek het werk van mensen als Michieletto of Livermore al als te verregaand lijken te beschouwen.
Voor het eerst werd tijdens de voorstellingen de boventiteling voorzien waar we al enkele jaren voor ijveren. Bizar genoeg was deze boventiteling eentalig… Italiaans. Dat lijkt erg onlogisch, niet alleen omdat alle werken die we zagen in die taal gezongen werden, maar ook omdat uit de statistieken van de voorbije jaren blijkt dat meer dan 60% van het publiek uit het buitenland komt. Misschien iets om aan te werken tegen de editie 2011?
Tenslotte zijn we blij vast te kunnen stellen dat de politiek die het festival de laatste jaren voerde om jonge mensen een kans te geven, vruchten begint af te werpen. Op een enkele uitzondering na werden alle opera’s en concerten bezet met jeugdige solisten, van wie een groot deel afkomstig is uit de eigen kweekvijver, de “Accademia Rossiniana”. Verschillende van die jongeren zoals Olga Peretyatko, Yijie Shi of Alex Esposito bewijzen meer en meer dat ze klaar zijn voor een grote carrière. De prestatie van de jonge dirigent Michele Mariotti in “Sigismondo” durven we zonder meer als sensationeel te bestempelen.
Voor de editie 2011 worden “Mosè in Egitto”, een eerste scenische “Adelaide di Borgogna” en een herneming van “La scala di seta” uit 2009 aangekondigd. Ook een concertante uitvoering van “Il babiere di Siviglia” wordt voorzien. In de wandelgangen wordt gespeculeerd over een “Aureliano in Palmira” in 2012, gevolgd door “Ciro in Babilonia” in 2013, waarmee dan het volledige opera-oeuvre van Rossini aan bod gekomen zou zijn.

“LA CENERENTOLA”

Rossini Opera Festival PesaroOpera in twee bedrijven van Gioacchino Rossini op een libretto van Jacopo Ferretti. Het werk werd voor het eerst gespeeld op 25 januari 1817 in het Teatro Valle te Rome. Op 14 augustus 2010 zagen we een opvoering in de “Adriatic Arena” te Pesaro.

Het genie van Rossini lijkt beter gefunctioneerd te hebben onder druk. De ontstaansgeschiedenis van “La Cenerentola” bevestigt deze these in elk geval. Vanaf 1815 had de componist een aanstelling te Napels waar hij zijn handen mee vol had. Desondanks had hij een contract voor twee opera’s voor het carnavalsseizoen van het Teatro Valle in Rome, waarvan de eerste in première zou gaan op 26 december 1816. Uiteindelijk werd Rossini waarschijnlijk ontheven van de eerste opera en moest de Romeinse impresario de Napolitaanse politie inzetten om de componist te bewegen zich naar Rome te begeven. Wanneer hij daar in de loop van december uiteindelijk arriveerde moest nog van nul begonnen worden.
La Cenerentola - Alex Esposito als Alidoro, Lawrence Brownlee als Don Ramiro,  Marianna Pizzolato als Angelina, Paolo Bordogna als Don Magnifico en Nicola Alaimo als Dandini (Foto: ROF)In tegenstelling tot wat algemeen aangenomen wordt, nam Rossini niet zo ongeïnteresseerd de libretti die hem voorgelegd werden aan. Uiteindelijk werden Ferretti en hij het eens over het verhaal van Perrault dat de componist waarschijnlijk kende van Pavesi’s opera “Agatina o la virtu premiata” dat in 1814 in Milaan in première ging, op een moment dat Rossini zelf daar verbleef. Ferretti nam trouwens een deel van de tekst van deze eerdere opera over en liet zich ook inspireren door “Cendrillon” van Isouard. Een belangrijke wijziging daarbij was het omwerken van een “halfkomische” tekst naar een “drama giocosa”. Dit werd vooral bereikt door het personage van Don Magnifico een veel belangrijkere plaats te geven in het verhaal – met drie aria’s kan hij eigenlijk als de hoofdfiguur beschouwd worden.
Muzikaal slaat Rossini met “La Cenerentola” een eerste brug tussen de “opera seria”, de serieuze opera en de “opera buffa”, het komische genre. Deze beide strekkingen in de opera hadden altijd erg gescheiden van elkaar bestaan, waarbij de “opera buffa” wat betreft de complexiteit van de verhalen en van de muziek altijd het kleinere broertje was. Met “La Cenerentola” schreef Rossini echter een komische opera die zowel vormelijk als wat betreft de eisen die aan de zangers gesteld werden, kon wedijveren met de “opera seria”. In zekere zin is Angelina een van de sympathiekste personages in Rossini’s oeuvre, een personage uit de “opera seria” dat geïnjecteerd werd in een “opera buffa”.
La Cenerentola -  Nicola Alaimo als Dandini en Paolo Bordogna als Don Magnifico (Foto: ROF)“La Cenerentola” is één van de meest gespeelde werken van Rossini, en kwam ook op het Rossini Opera Festival al vaker aan bod. Voor de editie 2010 werd teruggegrepen naar een enscenering van Luca Ronconi uit 1998 en die al voor de tweede maal hernomen werd. Voor de gelegenheid werd verhuisd van het Palafestival naar de Adriatic Arena. Gezien het eerder intimistische karakter van het werk hadden we wat schrik voor het resultaat, maar we moesten vaststellen dat Ronconi’s decor uitstekend past in de grotere ruimte. De kamer in het kasteel van Don Magnifico bestaat uit een open haard en een opeenstapeling van stoelen, tafels, banken en ander meubilair waardoor voor de solisten een oneindig aantal variaties bestaat om op te komen of om zich voort te bewegen. De scène wordt dan op spectaculaire wijze omgevormd tot het kasteel van de prins (terecht applaus van het publiek wanneer de hele constructie met meubels op opzienbarende wijze opgeheven wordt), waar Angelina dan wordt afgeleverd door een ooievaar, via de schoorsteen. Overigens lijkt het creëren van dit soort entrees de belangrijkste bekommernis van de regisseur geweest te zijn. Alidoro komt via de schoorsteen, Don Magnifico in een bed, het koor in een limousine, … Vaak spectaculair, maar voor het overige is de personenregie eerder traditioneel - wat als een compliment beschouwd mag worden.
We nemen trouwens aan dat Ronconi niet veel werk gehad heeft met de personenregie, want alle solisten, op een uitzondering na, bleken echte “toneelbeesten”. De kroon wat dat betreft gaat naar Paolo Bordogna in de rol van Don Magnifico die, gekleed en geschminkt als een vampier, de ganse opera lang over het toneel ronddartelde, danste en gezichten trok, maar blijkbaar feilloos aanvoelt hoe ver hij daarmee kan gaan zonder dat het saai of platvloers wordt. Bovendien beschikt de zanger over een gezonde ronde baritonstem, die een verademing is ten opzichte van vele van de zangers die dergelijke rollen pas gaan zingen wanneer hun stem in verval is. Het zelfde kan gezegd worden van Nicola Alaimo die zijn “impressionante” stem ten dienste stelde van de knecht Dandini - hoewel we bij hem het gevoel kregen dat hij voor een ander repertoire bestemd is. Ons enthousiasme was iets minder groot voor het centrale koppel. De Amerikaanse tenor Lawrence Brownlee, die de rol van Don Ramiro onder andere aan de Met zong, heeft een mooie, ronde stem en een zangtechniek waar veel van zijn collega’s alleen maar van kunnen dromen. Helaas is de stem tegelijkertijd erg klein en projecteert veel minder goed dan die van bijvoorbeeld Juan Diego Florez, wat af en toe hinderlijk overkwam in de grote Adriatic Arena. Het publiek liet het echter niet aan zijn hart komen en bezorgde de sympathieke zanger een grote ovatie na zijn aria “Si ritrovarla io giuro”.
La Cenerentola -  Het volledige gezelschap (Foto: ROF)Marianna Pizzolato zong de rol van Angelina. De zangeres heeft het wat moeilijk om een geloofwaardig personage neer te zetten. Geen mens in het publiek die begrijpt wat een jonge viriele prins ziet in een passief personage zonder enige charme. Gelukkig is het vocaal allemaal wat beter - de virtuoze finale stelde geen noemenswaardige problemen, maar het hoge register lijkt zich wat afgescheurd te hebben van de rest van de stem en klinkt wat schril en geforceerd. Gepast komisch en karikaturaal waren Cristina Faus als Tisbe en Manon Strauss Evrard als Clorinda. Tenslotte waren we onder de indruk van de solide bronzen basstem van Alex Esposito die als Alidoro een prachtprestatie neerzette.
Yves Abel dirigeerde het Orchestra del Teatro Comunale di Bologna met gepaste nauwkeurigheid en verzorgde crescendi, maar had het af en toe wat moeilijk om de spanning in de muziek te houden. De prestatie van koor van hetzelfde Teatro Comunale was correct.
In de voorstellingen te Pesaro werden in het tweede bedrijf twee muzikale nummers ingevoegd die niet door Rossini zelf geschreven werden, maar door Luca Agolini: de introductie “Ah ! Della bella incognita” voor koor en de aria “Sventurata ! Mi credea”.

Een voorstelling die ons herhaaldelijk aan het lachen bracht en tegelijk een zeer hoog muzikaal niveau haalde. De ideale combinatie van “opera seria” en “opera buffa”?

H.D (Gepubliceerd op 17/8/2010)

Foto's van boven naar onder:
1) Alex Esposito als Alidoro, Lawrence Brownlee als Don Ramiro, Marianna Pizzolato als Angelina, Paolo Bordogna als Don Magnifico en Nicola Alaimo als Dandini
2) Nicola Alaimo als Dandini en Paolo Bordogna als Don Magnifico.
3)
Het volledige gezelschap.
Copyright foto's © ROF

TERUG NAAR KEUZELIJST ITALIË

“DEMETRIO E POLIBIO”

Rossini Opera Festival PesaroDrama seria in twee bedrijven van Gioacchino Rossini op een tekst van Vincenzina Vigano Mombelli. Het werk kende zijn creatie in het “Teatro Valle” in Rome op 18 maart 1812. We waren op 16 augustus 2010 aanwezig bij een opvoering in het “Teatro Rossini” te Pesaro.

Demetrio e Polibio - Mirco Palazzi als Polibio en Maria José Moreno als Lisinga (Foto: ROF)De ontstaansgeschiedenis van “Demetrio e Polibio” is erg duister. Rossini maakte in Bologna kennis met de familie Mombelli, bestaande uit vader Domenico (tenor), zijn beide dochters Anna (contralto) en Ester (sopraan) en aangevuld met de bas Ludovico Olivieri. Met zijn vieren vormden ze een soort van mini-operagezelschap dat zich verhuurde aan wie maar genoeg betaalde. Tussen Domenico en de jonge Gioacchino ontstond een soort van vriendschap die er mede uit bestond dat de componist af en toe een stukje tekst van de hand van Domenico’s echtgenote aangereikt kreeg om op muziek te zetten. Vele jaren later zal Rossini beweren dat hij op dat moment slechts dertien jaar oud was, maar verschillende verifieerbare feiten laten veronderstellen dat de compositie van “Demetrio e Polibio” plaats gehad moet hebben tussen 1808 en 1810. Waarschijnlijk was het uiteindelijk Domenico Mombelli die de definitieve partituur vastlegde en daarbij waarschijnlijk eigen composities (of van derden) aan toevoegde.
Het feit dat van “Demetrio e Polibio” geen manuscript van de componist bewaard gebleven is, stelde heel wat problemen bij het voorbereiden van de voorstellingen in Pesaro. Het uiteindelijke resultaat van hun arbeid is dan ook geen “edizione critica” maar een nieuwe versie van de partituur, waarbij uiteraard getracht werd zo dicht mogelijk bij de originele intenties van de componist te blijven.
We willen de lezer de inhoud van het complexe verhaal, naar Metastasio en spelend in het oude Griekenland, graag besparen. Het zou ons te veel plaats vragen om het kluwen van persoonsverwisselingen en misverstanden te ontwarren.
Demetrio e Polibio - Yijie Shi als Eumene (Foto: ROF)Muzikaal is de opera typisch het werk van een beginnende componist die vanzelfsprekend nog erg onder de invloed is van de oude tradities (Mozart en Salieri zijn de eerste namen die ons wat dat betreft te binnen schieten), maar toch hier en daar een hint geeft van wat komen ging. Tegelijk is de partituur, mogelijk door de manier waarop het werk tot stand kwam, alles behalve homogeen en zijn veel van de aria’s erg zangeronvriendelijk op het randje van onzingbaar gecomponeerd. We waren in elk geval niet erg geboeid door wat we te horen kregen.
Ook regisseur Davide Livermore heeft zich niet gewaagd aan een uitbeelding van het eigenlijke verhaal. Hij heeft voor een surrealistische interpretatie gekozen. Hij laat de opera spelen in de coulissen van een theater waar, wanneer iedereen naar huis is, een aantal geesten een soort pantomime opvoeren. Deze aanpak kan uiteraard beschouwd worden als gemakzuchtig - in een fantasiewereld kan men doen wat men wil zonder een verklaring te moeten geven - maar dat zou wat kort door de bocht zijn. Livermore slaagt er in om met een zwakke belichting en het gebruik van zwevende kaarsen, spiegels, vuur en dubbelgangers een hoogst onderhoudend en een beetje morbide spektakel te creëren dat echter door een groot deel van het publiek niet naar waarde geschat werd. Voor de decors werd een beroep gedaan op de Academie voor schone kunsten uit Urbino.
Zeggen dat de zangers het niet onder de markt hadden met hun aartsmoeilijke zangpartijen is een understatement. Hun prestaties waren dan ook wat wisselvallig, waarbij de heren duidelijk beter scoorden dan de dames. De jonge Chinese tenor Yijie Shi wist indruk te maken in de rol van Demetrio/Eumene, die wat betreft tessituur een voorloper is van partijen als Pirro in “Ermione” of Contareno in “Bianca e Falliero”. Shi kwam op geen enkel moment in de problemen en wist zijn prestatie te bekronen met een paar mooie “messa di voce”. Wordt hij de nieuwe baritenor voor de zogenaamde “Nozzari-rollen”? Ook Mirco Palazzi wist ons met zijn soepele basstem te overtuigen als Polibio. Iets meer op de vlakte was Victoria Zaitseva als Demetrio/Siveno die haar rol probleemloos kon zingen maar hem vergat te interpreteren.
Demetrio e Polibio - Maria José Moreno als Lisinga en Yijie Shi als Eumene (Foto: ROF)Grootste teleurstelling van de avond (en bij uitbreiding van het ganse festival) was ongetwijfeld de Spaanse sopraan Maria José Moreno als Lisinga. Toegegeven, haar rol is aartsmoeilijk en doet soms denken aan de Koningin van de nacht uit Mozart’s “Die Zauberflöte”. Dat haar timbre onaangenaam klink, ligt misschien niet aan de stem maar aan onze oren. Maar we mogen toch verwachten dat een zangeres die in Pesaro een rol accepteert, deze kan vertolken zonder onder de toon te zingen of te verstikken in de coloraturen.
Corrado Rovaris stond aan het hoofd van het “Orchestra Sinfonico G. Rossini” dat hij leidde met gevoel en veel aandacht voor de solisten. Uitstekend zoals steeds was het Praags Kamerkoor onder de leiding van Lubomir Matl.

We hebben al veel voorstellingen gezien van opera’s die opnieuw van onder het stof gehaald werden. Velen daarvan waren de moeite waard, anderen niet meer dan een curiosum. Na de voorstelling die we in Pesaro zagen kunnen we alleen maar besluiten dat “Demetrio e Polibio” in de tweede categorie thuis hoort.

H.D. (Gepubliceerd op 18/8/2010)

Foto's van boven naar onder:
1) Mirco Palazzi als Polibio en Maria José Moreno als Lisinga.
2) Yijie Shi als Demetrio/Eumene.
3) Maria José Moreno als Lisinga en Yijie Shi als Demetrio/Eumene.
Copyright foto's © ROF

TERUG NAAR KEUZELIJST ITALIË

“SIGISMONDO”

Rossini Opera Festival PesaroOpera in twee bedrijven van Gioacchino Rossini op een libretto van Giuseppe Foppa. De creatie vond plaats in het “Teatro La Fenice” in Venetië op 26 december 1814. Op 15 en 18 augustus 2010 woonden we opvoeringen bij in het “Teatro Rossini” te Pesaro.

Nadat Rossini een jaar eerder zijn grote doorbraak kende met “Tancredi”, eveneens gecreëerd in Venetië, werd hij opnieuw gevraagd om een nieuw werk te schrijven om het winterseizoen van het “Teatro La Fenice” te openen. Voor het libretto werd een beroep gedaan op Giuseppe Foppa, die eerder al tekende voor de tekst van “L’inganno felice”. Voor “Sigismondo” baseerde hij zich op een middeleeuwse legende over Geneviève de Brabant.
Na de première tekende Rossini een fles op een brief naar zijn moeder, het symbool voor een fiasco. Inderdaad was de ontvangst door publiek en critici eerder negatief, en hoewel vooral het libretto van Foppa onder vuur lag, werd ook de componist niet gespaard. Hem werd verweten dat hij zijn opdracht om een nieuwe opera te schrijven onvoldoende serieus genomen had en uit luiheid muziek uit eerdere werken gebruikt had. En laat dat laatste, nochtans kenmerkend voor andere opera’s van Rossini, nu net veel minder het geval zijn bij “Sigismondo”. Enkel een paar passages werden overgenomen uit “Il Turco in Italia”.
Sigismondo - Antonio Siragusa als Ladislao en Olga Peretyatko als Aldimira (Foto: ROF)De Poolse koning Sigismondo, een emotioneel labiel man, was getrouwd met Aldimira, dochter van de Hongaarse vorst Ulderico. Door de intriges van zijn eerste minister Ladislao, die zich op Aldimira wil wreken omdat ze hem heeft afgewezen, valt Aldimira in ongenade bij haar man en wordt ze ter dood veroordeeld. Zonder medeweten van Sigismondo en Ladislao is het vonnis echter nooit uitgevoerd en wordt Aldimira onder de naam Egelinda verborgen gehouden door Zenovito, een Poolse edelman. Om een oorlog met Ulderico te vermijden wordt het plan opgevat om Egelinda (dus Aldimira zelf) op te voeren als Aldimira wegens de grote gelijkenis tussen de twee. Uiteindelijk zullen Ladislao, Ulderico en ook Sigismondo Aldimira herkennen en wanneer ze dan ook nog met een brief geschreven door Ladislao haar onschuld kan bewijzen, staat niets nog een hereniging met Sigismondo in de weg.
Wat dit werk voor een hedendaags publiek moeilijk te verteren maakt, is het gebrek aan actie. Het grootste deel van het verhaal speelt zich immers af vóór de opera of in de coulissen. De opera zelf behandelt eigenlijk alleen het herkenningsproces wanneer Aldimira opnieuw in het openbaar verschijnt en iedereen aan het twijfelen gaat. De herkenning gebeurt bovendien op de drie niveaus die Aristoteles vermeldde in zijn “Poetica”: herkenning door een object of symbool (Ulderico herkent Aldimira door de brief die ze hem geeft), door herinneringen en deductie (Ladislao) of door de ontwikkeling van de plot (Sigismondo leidt uit de handelingen van de andere personages af dat Aldimira nog leeft).
Muzikaal gezien lijkt “Sigismondo” wel een “pasticcio”, een soort van medley met melodieën en muzikale motieven uit andere opera’s van Rossini zoals “Otello”, “Adina”, “Elisabetta”, “La Cenerentola” en nog enkele andere. Niets is echter minder waar: nader onderzoek leert ons dat “Sigismondo” chronologisch vóór al die andere werken gecomponeerd werd. Vanuit dat perspectief kan “Sigismondo” eerder gezien worden als een evocatie van wat de toekomst brengen zou. Zowel muzikaal als thematisch betekent de opera een overgang van de klassieke operavormen die Rossini nog gebruikte in “Tancredi” enkele jaren eerder naar de vernieuwingen die hij vanaf 1815 introduceerde in Napels.
Sigismondo - Olga Peretyatko als Aldimira en Daniela Barcellona als Sigismondo (Foto: ROF)Voor een regisseur is het niet eenvoudig een opera met een zwak libretto en zonder actie te ensceneren. Bovendien sluit de muziek niet steeds aan bij wat op het toneel gebeurt. Wanneer bijvoorbeeld Ladislao tracht om Aldimira te misbruiken speelt op de achtergrond een vrolijk deuntje. Met dat alles rekening houdend, denken we dat Damiano Michieletto voor een erg verdedigbare oplossing gekozen heeft. Vermits Sigismondo zeker in het eerste bedrijf bijna constant aan verstandsverbijstering lijdt, neemt Michieletto deze waanzin als uitgangspunt voor zijn regie. Het eerste bedrijf speelt zich daarom in een psychiatrische instelling waar Zenovito fungeert als psychiater. De andere patiënten verbeelden de getormenteerde zielen van de andere karakters en komen ook in het tweede bedrijf, dat zich afspeelt op het landgoed van Sigismondo, terug om de personages bij te staan in hun verwarring. We vonden deze interpretatie erg verdedigbaar, enkel de wilde geluiden die de psychiatrische patiënten tijdens het eerste bedrijf slaakten kwamen af en toe storend over.
Als er echter één reden is waarom we deze productie van “Sigismondo” rekenen bij het beste dat we in Pesaro al zagen, dan is het wel de muzikale uitvoering die wat ons betreft de perfectie benaderde. De grote bezieler van dit succes is onbetwistbaar dirigent Michele Mariotti. In de handen van deze jonge man lijkt de dirigeerstok wel te veranderen in een toverstaf. De ouverture werd gespeeld met een ongezien gevoel voor detail en een spanning die te snijden was. Schitterende crescendi, originele wijzigingen in de tempi en bovenal een exemplarische begeleiding van de solisten, inclusief de nodige bijsturingen waar nodig. We hoorden deze dirigent al eerder en zijn telkens onder de indruk van de vooruitgang die hij op korte tijd geboekt heeft. Het orkest van het Teatro Comunale di Bologna, waar hij ook muziekdirecteur is, volgende de maestro tot in het kleinste detail. Grote klasse !
Natuurlijk hangt het welslagen van een operavoorstelling ook en vooral af van de kwaliteit van de solisten aan wie Rossini in “Sigismondo” erg hoge eisen stelt, zowel vocaal als dramatisch. Daniela Barcellona, een “habituée” van het Rossini Opera Festival, gaf een geloofwaardige interpretatie aan de waanzin van Sigismondo. De stem lijkt opnieuw aan homogeniteit gewonnen te hebben en de coloraturen vormen geen probleem. De grote stemomvang draagt bovendien bij aan het mannelijke en heldhaftige karakter van het personage.
Sigismondo - Antonio Siragusa als Ladislao, Enea Scala als Radoski, Daniela Barcellona als Sigismondo en Andrea Concetti als Ulderico (Foto: ROF)Op het zelfde hoge niveau bevond zich Olga Peretyatko als Aldimira. Het is ongelooflijk welke evolutie deze Russische sopraan op enkele jaren doorgemaakt heeft: van een lichte sopraan naar een volwaardige Rossinizangeres. De dame heeft een schitterende hoogte en een verbluffende virtuositeit die echter steeds ten dienste staat van het personage dat ze vertolkt, waardoor ze er in slaagt haar personage meer psychologische diepgang te geven dan de meeste van haar collega’s. We zijn ervan overtuigd dat de zangeres nog een grote groeimarge heeft wanneer ze zich door de juiste personen laat omringen. De Siciliaanse tenor Antonino Siragusi is steeds in zijn element als “slechterik” en ook Ladislao, een rol die erg centraal ligt zonder de extreme hoge noten die we bij Rossini gewend zijn, is een kolfje naar zijn hand. Nochtans vonden we zijn interpretatie bij momenten weinig subtiel, met enkele krachtig gezongen maar niet zo mooi klinkende slotnoten. Elegant waren Andrea Concetti in de rollen van Zenovito en Ulderico en Manuela Bisceglie die beiden het beste maakten van de “arie di sorbetto” die Rossini voor hun personages schreef.

Al bij al een onvergetelijke voorstelling die op zich de verplaatsing naar Pesaro al de moeite waard maakte.

H.D. (Gepubliceerd op 20/8/2010)

Foto's van boven naar onder:
1) Antonio Siragusa als Ladislao en Olga Peretyatko als Aldimira.
2) Olga Peretyatko als Aldimira en Daniela Barcellona als Sigismondo.
3) Antonio Siragusa als Ladislao, Enea Scala als Radoski, Daniela Barcellona als Sigismondo en Andrea Concetti als Ulderico.
Copyright foto's © ROF

TERUG NAAR KEUZELIJST ITALIË