OPERA GAZET

RECENSIES

CONCERTEN IN PESARO

Rossini Opera Festival Pesaro

“CONCERTI DI BELCANTO”

Rossini Opera Festival PesaroDésirée RancatoreHet is een traditie die al enkele jaren bestaat: tijdens het Rossini Opera Festival worden jaarlijks een aantal recitals georganiseerd waarbij zangers de kans krijgen om zich op een andere manier aan het publiek te tonen. Daarbij is al vaker gebleken dat de naam “concerti di belcanto” wat fout gekozen is en het publiek op het verkeerde been zet. De solisten mogen immers vrij hun programma samenstellen en daardoor gebeurt het wel eens dat in plaats van Rossini, Bellini of Donizetti componisten als Gershwin, Barber of Schumann opduiken. Bovendien lijken sommige zangers hun recital te beschouwen als een soort “auditie” om te mogen deelnemen aan toekomstige festivals. Dit jaar vonden de recitals plaats in het “Auditorium Pedrotti” van het Conservatorio Rossini.

Op 13 augustus werd de spits afgebeten door de pittige Italiaanse coloratuursopraan Désirée Rancatore. Waarschijnlijk gaat haar recital de analen in als het langste ooit. Met bijna twee uur zong Rancatore bijna dubbel zo lang als gebruikelijk. Helaas waren we niet zo enthousiast over wat we hoorden. Op het eerste zicht niets mis met het geboden repertoire - vrijwel allemaal coloratuuraria’s. Maar: blijkbaar is de stem van mevrouw Rancatore de laatste jaren wat veranderd. De coloraturen lijken haar echt moeite te kosten, wat men niet alleen ziet maar ook hoort. De topnoten klinken schril en de eenheid in de stem is verdwenen: soms lijkt het of de toehoorders naar drie verschillende zangeressen aan het luisteren zijn. Onder die omstandigheden wordt het luisteren naar bijna twee uur zang een hele opgave. Het lijkt ons dat de sopraan op zoek moet (of al is) naar een nieuw repertoire om zich te herpakken. Wat dat betreft vonden we vooral het eerste bis, “O mio babbino caro”, erg beloftevol klinkend. Het publiek leek hoe dan ook weinig te merken van deze tekortkomingen, gezien de lange ovaties aan het slot van het recital. Al zal de natuurlijke charme van de zangeres, die moeiteloos het (mannelijke deel van) het publiek om haar vinger wist te winden, daar wel voor iets tussenzitten...

Eva MeiEven charmant maar gelukkig vocaal beter was de sopraan Eva Mei, die op 15 augustus een recital gaf. Haar programma was zowat tegengesteld aan dat van Rancatore: Mei koos eerst voor een aantal barokaria’s van ondermeer Gluck en Scarlatti, die haar stem op geen enkel moment belastten. Vervolgens een zevental Mozart aria’s, gaande van Barbarina tot Susanna en Contessa. Technisch was niets op de kwaliteit van de uitvoering aan te merken, maar we hadden op geen enkel moment de indruk dat een personage neergezet werd. Het gebeuren bleek pas echt van de grond te komen met het eerste bis uit “La fille du régiment” van Donizetti. Maar op dat moment was het recital natuurlijk al zo goed als voorbij…

Alleszins wat betreft de aanwezigheid van uw dienaar, had het laatste recital plaats op 16 augustus (op 20 augustus komt Francesco Meli nog aan de beurt) en plaatste de Ierse sopraan Majella Cullagh in de spots. Majella CullaghDrie keer is scheepsrecht en dat lijkt ook in dit geval op te gaan. We konden met Cullagh voor het eerst genieten van een mooi uitgebalanceerd programma waarbij Rossini afgewisseld werd met traditionele Ierse liederen. De stem is misschien niet van de allerbeste kwaliteit - vooral het hogere register klinkt nogal schril - maar de zangeres wekt sympathie door de inzet en de oprechtheid waarmee ze de muziek vertolkt. Hoewel het programma eerder kort was, zonder twijfel het beste recital van de drie met als hoogtepunten aria’s uit “Bianca e Falliero” en “Adelaide di Borgogna”. Was dat laatste misschien een sollicitatie voor de productie van die opera die aangekondigd is voor het Rossini Opera Festival 2011?

Al bij al waren we net als vorig jaar niet echt onder de indruk van de recitals. Misschien moet deze formule een keer herdacht worden? De introductie van een orkest, of concerten/recitals met meerdere solisten hebben in het verleden al bewezen erg interessant te kunnen zijn.

H.D. (Gepubliceerd op 19/8/2010)

Foto's van boven naar onder:
1) Désirée Rancatore als Lakmé.
2) Eva Mei.
3)
Majella Cullagh.

TERUG NAAR KEUZELIJST ITALIË

CONCERTO PERGOLESI

Rossini Opera Festival PesaroMaria Jose MorenoNet zoals in 2009 een hommage gebracht werd aan Franz Joseph Haydn ter gelegenheid van zijn tweehonderdste sterfdag, zo was het dit jaar de beurt aan Giovanni Battista Pergolesi die exact driehonderd jaar geleden geboren werd. En net als vorig jaar was de zaal voor een groot deel leeg. We vermoeden dat de doorsnee festivalganger, wiens programma doorgaans al erg gevuld is met operavoorstellingen en concerten met muziek van Rossini, moeilijk warm te maken is voor dit soort concerten waarvan de inhoud toch echt wel behoort tot een gans andere muzikale esthetiek.
Het eerste deel van het concert bestond uit een tweetal solocantates en een antifona voor strijkers en continuo. We konden vaststellen dat de Spaanse sopraan Maria Jose Moreno, die ons danig ontgoochelde in de voorstelling van “Demetrio e Polibio”, vocaal duidelijk beter in haar element is bij de muziek van Pergolesi dan bij die van de jonge Rossini. Wanneer de stem niet te veel op de proef gesteld wordt door virtuoze acrobatiek of herhaalde belasting van het hoge register, valt op hoe muzikaal en elegant de zangeres wel is. Misschien kunnen daar de nodige lessen uit getrokken worden? De contralto Hadar Halevy wist indrukwekkende lage tonen te produceren en slaagde er in, meer dan Moreno, om een exemplarische gevoeligheid in haar zang te leggen.
Voor het tweede deel stond het “Stabat Mater” van Pergolesi op het programma, echter in een bewerking van Paisiello die, met respect voor de originele compositie, de partituur uitbreidde voor blaasinstrumenten. Behalve de twee dames die onze indrukken uit het eerste deel bevestigden, stonden de Chinese tenor Yijie Shi en de Italiaanse bas Mirco Palazzi op het toneel. We hoorden beide zangers ook eerder in “Demetrio e Polibio”. Terwijl Palazzi duidelijk bewees een goede allrounder te zijn die zich ook in de barokmuziek thuis voelt, moesten we vaststellen dat Shi voor dit genre wat veel metaal in de stem en viriliteit in de zang bezit.
Het Orchestra Sinfonica G. Rossini speelde schitterend onder de leiding van de piepjonge Thaise dirigent Trisdee Na Patalung die aanzien wordt als een soort wonderkind en in tegenstelling tot de informatie in het programma tijdens dit concert ook de continuo bespeelde.

Een schitterend concert dat wat afwisseling bracht tussen al het Rossini-geweld, maar door een overgrote meerderheid van de festivalgangers genegeerd werd.

H.D. (Gepubliceerd op 19/8/2010)

TERUG NAAR KEUZELIJST ITALIË

“ROSSINI CONCERT”

Rossini Opera Festival PesaroOp 19 augustus 2010 had in het Teatro Rossini een - hoe kan het ook anders - Rossini-concert plaats. Het programma bestond uit de scena lirica “La Morte di Didone” en de azione coreao-drammatica “Le nozze di Teti e di Peleo". In tegenstelling tot de andere concerten en recitals was het publiek dit keer massaal opgedaagd en was het kleine theater tot aan de nok gevuld. De aanwezigen zullen het zich niet beklaagd hebben. De uitvoering was over de gehele lijn exemplarisch met als hoogtepunt de prestatie van de Russische sopraan Olga Peretyatko.
Beide uitgevoerde werken zijn cantaten, dat wil zeggen dramatische scènes voor één of meerdere solisten, eventueel met koor, en begeleid door piano of orkest. Rossini schreef verschillende cantaten, sommige ter ere van een speciale gebeurtenis. Zo is wat we nu kennen als de opera “Il viaggio a Reims” in werkelijkheid een cantate ter gelegenheid van de kroning van Charles X. Andere gewoon als een geschenk, zoals “Giovanna d’Arco” dat een geschenk was voor zijn aanstaande echtgenote Olympe Plésier.
Solisten, koor en orkest“La morte di Didone” was een geschenk van Rossini aan Ester Mombelli. Hoewel de cantate pas in 1818 voor het eerst opgevoerd werd, vermoeden musicologen dat de compositie dateert van zowat 10 jaar eerder. Voor de rest is de uitvoeringsgeschiedenis van het werk duister: hoewel men geen weet heeft van andere uitvoeringen voor 1990, doet het aantal bestaande manuscripten vermoeden dat de cantate in de tussentijd nog gespeeld werd. Olga Peretyatko gaf een schitterende vertolking van deze mooie partituur. Met een exemplarisch gevoel voor dramatiek en een laag register dat ongewoon ontwikkeld is voor een van nature lichte stem, wist de sopraan de gevoelens van de stervende Didone erg geloofwaardig te vertolken. De afwisseling van lyrische en virtuoze passages was prachtig, de ovatie achteraf aanzienlijk. Maar dan moest het beste eigenlijk nog komen…
Toen in 1816 het huwelijk plaats had van de kleindochter van koning Ferdinand IV met de Duc de Berry waren uitgebreide festiviteiten gepland. Eén van de hoogtepunten was de uitvoering van de cantate “Le nozze di Teti e di Peleo” die Rossini voor die gelegenheid schreef. Het is een ambitieus werk, geschreven voor de grootste zangers van die tijd, en bestaat volledig uit muziek die Rossini uit vroegere werken haalde.
Olga Peretyatko (Foto: Alex Izotov)Voor de uitvoering op het Rossini Opera Festival werd een beroep gedaan op enkele zangers die in de operaproducties optraden en, behalve Paolo Bordogna (in een partij die eigenlijk door een tenor gezongen diende te worden, maar voor de gelegenheid aangepast werd), die met vocale problemen worstelde, leverden die mooie prestaties af. Lawrence Brownlee, die ons in “La cenerentola” niet helemaal wist te overtuigen, komt vocaal veel beter tot zijn recht in een theater met de afmetingen van het “Teatro Rossini”. De uitvoering van de aria voor Peleo was stilistisch perfect, met veel verschillende kleuren in de stem en enkele ringende topnoten. Manon Strauss Evrard zong een technisch perfecte en emotioneel doorleefde Teti, maar heeft helaas een wat scherp, soms onaangenaam klinkend timbre. Cristina Faus voldeed perfect in de kleine partij van Giunone. En dan was er Olga Peretyatko. Nadat ze de avond voordien nog de rol van Aldimira zong in “Sigismondo” (het concert ving al aan om 11.00u ’s ochtends ) en voordien “La morte di Didone” gezongen had, kreeg ze de aria “Ah non potrian resistere” voorgeschoteld. Deze aria is vrijwel identiek aan de slotaria van “La cenerentola” en is ongetwijfeld één van de meest virtuoze stukken muziek die Rossini componeerde. Hoewel, moeilijk? Als dergelijke muziek gezongen wordt door mensen als Peretyatko lijkt het allemaal wel een peulenschil. Met een stem die in alle registers egaal is, een techniek “hors pair” en een muzikaliteit “sans faille”, lijkt de zangeres voor dit repertoire geboren te zijn. Geen greintje spanning in de stem, extra versieringen en topnoten, het hoort er allemaal bij en klinkt allemaal even zuiver en moeiteloos. Wat een contrast met andere zangeressen die we deze muziek hoorden interpreteren! Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat het publiek uitzinnig was van vreugde en een herhaling eiste, een verzoek waar Peretyatko graag op inging.
We zouden na dergelijke vocale mirakels bijna vergeten dat ook een koor, orkest en dirigent aanwezig waren. Zij deden het enige wat in dit geval mogelijk was: begeleiden naar goed vermogen en luisteren met open mond.

We zagen dit concert, voor ons hét hoogtepunt van het Rossini Opera Festival 2010, transformeren van een “Rossini-concert” in een “Olga Peretyatko-gala”. En we hebben er van genoten!

H.D. (Gepubliceerd op 21/8/2010)

Foto's van boven naar onder:
1) Solisten, koor en orkest in het Teatro Rossini.
2) Olga Peretyatko.
Copyright tweede foto © Alex Izotov.

TERUG NAAR KEUZELIJST ITALIË