OPERA GAZET
![]()
Operette
van
Johann Strauss op een libretto van Carl Haffner en Richard Genée, naar
“Le Réveillon” van Henri Meilhac en Ludovic Halévy. Première te Wenen in het
Theater an der Wien op 5 april 1874. Première van de huidige productie op 29
januari 2011 in het Parktheater te Eindhoven door de Internationale Opera
Producties. Bijgewoonde voorstelling in het Chassé Theater te Breda op 11
februari 2011.
De intrige van
"Die
Fledermaus" is wel voldoende bekend
bij het publiek. Wie de inhoud nog niet kent, vindt hem
onder deze link.
De ouverture werd in de echte Weense stijl gespeeld, in het juiste tempo en
met de typische Weense accenten en rubato’s. Een klein voorbehoud voor de
violen die niet altijd heel zuiver klonken. We hebben het hier over het
Orkest van de Staatsopera van Bourgas o.l.v. Eriki Pehk.
Vervolgens zong Elmar Gilbertsson de eerste korte serenade van Alfred. Hij
bezit een volle mooie tenorstem, maar klonk wat vermoeid, vooral in de pianofragmenten. Later kwam de tenor Rein Kolpa aan de beurt als Eisenstein.
Hij acteerde goed en had veel uitdrukking in de stem. De bariton Kris
Belligh speelde
Dr. Falke, gewoonlijk is dit een zeer mannelijke figuur. Hier leunde hij erg
bij Orlofsky aan… De bariton Dieter Goffing zorgde voor een goede
gevangenisdirecteur Frank. De komische rol van Dr. Blind was in goede handen
bij de buffo-tenor Eric Reddet. De moeilijkst te bezetten rol bij de heren (?)
is ongetwijfeld Orlofsky. Onze persoonlijke voorkeur gaat uit naar een
mezzosopraan. We denken met weemoed terug aan Brigtte Fassbänder in deze
rol. Ook zagen we ooit een Hongaars gezelschap waarin een buffo-tenor deze
rol uitstekend vertolkte. De countertenor Ivo Postie kon ons niet overtuigen,
behalve in het korte fragment waar hij even met “normale” stem zong. De
dienaar Ivan was Stoyan Ivanov Fartunov. De succesrol van cipier Frosch was
hier nogal mager door het ontbreken van diverse gags uit het origineel.
Bij de dames was het niveau iets hoger. Selma Harkink zong Rosalinde en
behalve één enkele hoge noot, die niet in de partituur staat, was ze een
overtuigende zangeres. Enkel haar gesproken teksten waren soms
onverstaanbaar. De vertaling die als boventekst geprojecteerd werd, hielp
ons natuurlijk verder, als dit al nodig was. Adèle was in goede handen bij
Shawnette Sulker. Wel hadden we een klein probleem bij de tempi van haar
aria’s. De minder belangrijke rol van Ida viel best mee dankzij Hiske
Bongaarts. Het koor van de Staatsopera van Bourgas vulde het geheel
voldoende aan.
De regie van Hans Nieuwenhuis was nogal bleekjes en kende weinig gelukkige
vondsten. Het ontbreken van enkele meubels op het podium, het decor dat in
de eerste en de tweede acte enkel bestond uit een achterwand, waarin soms
een deur gebruikt werd of luikjes die open gingen en waardoor het koor dan
zong, deed er ook geen goed aan. Dit decor en de kostuums van Madis Nurms
droegen weinig bij tot het geheel van deze operette, waarin het oog toch ook
wat mag hebben.
De regie was wel dusdanig vlot dat er praktisch geen ruimte voorzien werd
voor applaus. Trouwens: het in Nederland gebruikelijk uitbundige applaus kon
er niet af bij het nochtans talrijke publiek.
We geven echter eerlijk toe dat we zelfs in Wenen al
slechtere producties hebben gezien, zelfs in het Theater an der Wien.
H.V (Gepubliceerd op 13/2/2011)
Foto's van boven naar onder:
1 Rein Kolpa als Eisenstein en Selma Harkink als Rosalinde.
2) Kris Belligh als Falke en Ivo Postie als Orlovsky.
3) Shawnette Sulker als Adèle en Selma
Harkink als Rosalinde.
Copyright foto's
© Neshev Nedelian.
TERUG NAAR KEUZELIJST NEDERLAND
![]()
Opera
van
Giuseppe Verdi (muziek) en Temistocle Solera (libretto) naar het ballet
Nabucodonosor van Antonio Cortesi (1838), gebaseerd op een toneelstuk van
Auguste Anicet-Bourgeois en Francis Cornue (1836). Première in het Teatro
alla Scala te Milaan op 9 maart 1842. Première van deze productie door de
Staatsopera van Stara Zagora (Bulgarije) in het Stadstheater te Zoetermeer
op 22 maart 2011. Bijgewoonde voorstelling op 23 maart 2011 in het Chassé
Theater te Breda.
“Nabucco”
is bij iedereen bekend als de opera met het Slavenkoor. Dit koorwerk was
lang het onofficiële volkslied van het één gemaakte Italië. We hoorden hier
een bijna volmaakte uitvoering. Helaas gold dit niet voor alles. Er werden
indrukwekkende decors getoond, maar het duurde telkens zeer lang vooraleer
ze omgebouwd waren. Voor deze decors en de kostuums was Pawel Dobrzycki
verantwoordelijk. De kostuums waren naar ons gevoel een mengeling van modern
en oud, meestal wel vinnig gekleurd. Voor een reizend gezelschap dat de ene
zaal naar de andere reist, is de belichting natuurlijk een praktisch
probleem. Zo stond hier een tijdje het koor gans vooraan op het podium in
volledige duisternis.
De actie van de protagonisten was erg simpel en bestond meestal uit
stilstaan of op de grond liggen. In het programmaboekje legde regisseur
Anette Leistenschneider uitvoerig haar beschouwingen over het werk uit. We
vragen ons geregeld af of zulke visies ontstaan uit de muziek of alleen uit
het gegeven.
Het
orkest van het voormelde operatheater speelde zeer zuiver o.l.v. Alessandro
Sangiorgi en wij konden volop genieten van Verdi’s prachtige muziek. Enkel
voor de Bulgaarse mezzosopraan Verena Kotlarova (Fenena, de dochter van
Nabucco) was deze begeleiding iets te sterk, behalve in haar laatste aria
die mooi en genietbaar was. De Bulgaarse sopraan Iordanka Derilova
(Abigaille, de natuurlijke dochter van Nabucco) bezat een stevige,
volumineuze stem maar zong, vooral in de hoogte, geregeld onder de toon. Wel
was haar figuur zeer goed uitgetekend. De kleine rol van Anna was in veilige
handen bij de sopraan Emilia Dzhurova.
De titelrol werd gezongen door de bariton Alfio Grasso, die een vurige maar
ietwat ruwe versie van de rol gaf. De hogepriester der Joden Zaccaria werd
gebracht door de Russissche bas Yuriy Kudryavtsev. Hij was een voornaam en
prachtig personage maar de hoge tonen, in deze weliswaar zeer zware vocale
rol, klonken als twee verschillende stemmen, alsof hij daar geen raad mee
wist. De Italiaanse tenor Matteo Sartini (Ismaele, de neef van de koning van
Jeruzalem) was voor ons de beste zanger op het podium, helaas in een rol met
weinig spectaculaire muziek. Verder was de Bulgaarse bas Evgini Arabadzhiev
een goede Gran Sacerdote en de bariton Georgi Devedjiev een verdienstelijke
Abdullo. Deze rol is eigenlijk voor een tenor voorzien, maar dit was
nauwelijks merkbaar. Behalve het typische Nederlandse rechtstaan bij het
slotapplaus en een (onterecht) gejuich voor Iordanka Derilova was het
talrijke publiek niet zo erg enthousiast.
Er
zijn nog voorstellingen tot 21 april 2011 in diverse steden in Nederland en
België. De juiste speeldatums en locaties vindt U op de site:
http://www.operaproducties.nl/
H.V. (Gepubliceerd op 26/3/2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Iordanka Derilova (Abigaille) en Emilio Marcucci (Nabucco) (Foto:
Nedelian Neshev)
2) Matteo Sartini (Ismaele), Iordanka Derilova (Abigaille) en Daniela
Diskova (Fenena)
3) Alfio Grasso als Nabucco.
Copyright foto's
© Nedelian Neshev.
TERUG NAAR KEUZELIJST NEDERLAND
![]()
Opera
Bouffe van
Jacques Offenbach (muziek) en
Henri
Meilhac en
Ludovic Halévy (libretto), gedeeltelijk gebaseerd op het Sprookje “La
Barbe Bleue” van Charles Perrault uit “Histoires ou contes du temps passé”.
Wereldpremière in het Théâtre des Variétés te Parijs op 5 februari 1866.
Première van deze productie door Opera Zuid op 18 maart 2011. Bijgewoonde
voorstelling op 14 april 2011 in het Chassé Theater te Breda.
Komische
sprookjesopera in Franse operettestijl (volgens Opera-Zuid), operette
(Elseviers Groot Operette- en Musicalboek), een opéra comique (volgens
anderen). Laten we het erop houden dat het een zeer leuk spektakel is, met
alle ingrediënten om een heerlijke voorstelling te brengen. Het geheel doet
sterk denken aan “La belle Hélène” en “La Vie Parisienne”, zo kwam het op
ons over en wij waren erg enthousiast over het artistieke niveau en de
amusante vertolkingen door een stel goede zangers-acteurs.
We zijn in de 15e eeuw.
Barbe-bleue gaf aan zijn alchemist Popolani opdracht zijn vijf eerste
vrouwen om te brengen, evenals de vorst Bobèche aan graaf Oscar opdracht gaf
om vijf vermoedelijke minnaars van zijn vrouw om het leven te brengen. Deze
beide heren hebben echter de opdracht niet uitgevoerd, zodat allen nog in
leven zijn. Barbe-Bleue is verliefd op Boulotte, een boerenmeisje en neemt
haar dan ook als zijn zesde vrouw. Prinses Hermia, die ooit te vondeling
werd gelegd en nu verder leeft onder de naam Fleurette is verliefd op een
herdersjongen, die in werkelijkheid prins Saphir is. Wanneer Barbe-bleue
Hermia ziet, wil hij zich al vlug ontdoen van zijn Boulotte, maar de
alchemist brengt haar in een diepe slaap, tot alle gevaar geweken is en zo
ontmoet ze dan de vijf vroegere echtgenotes van Barbe-bleue. Uiteindelijk
geraakt alles opgelost, prinses Hermia trouwt met prins Saphir, de vijf
vroegere echtgenotes huwen met de vijf vermeende minnaars en Barbe-bleue
besluit dan maar bij Boulotte te blijven.
Het
reusachtige decor van Yannik Larivée werd zeer actief en vermakelijk mee in
de actie gebruikt. De Belgische regisseur Waut Koeken maakte er een heerlijk
en vooral grappige voorstelling van, hoewel ook het muzikale gedeelte
eersteklas was. Het Limburgs Symfonie Orkest o.l.v. de Mexicaanse dirigent
José Areán speelde voortreffelijk en hielp soms met korte accentjes in de
actie. Het koor Conservatorium Maastricht, voorbereid door Tjalling Wijnstra
en Marianne Maessen-Scherjon werd sterk en zeer beweeglijk in de actie
betrokken. Uit dit koor kwamen de vijf dames die het mooie kwintet van de
vijf eerste vrouwen van Blauwbaard solistisch erg professioneel brachten.
Vindingrijke ideeën waren o.m. de scène met de wereldbol die sterk deed
denken aan Charlie Chaplin in “The great Dictator”! Hiervoor werd muziek
gebruikt uit “La Périchole”, een ander meesterwerk van Jacques Offenbach.
Ook “Allo, Allo” kwam er even door evenals “Non, rien de rien…” en zelfs
Maxima met nog veel meer humor zoals in dit soort werken uitstekend past.
De rolverdeling was over de hele rij uitstekend gekozen en de solisten
leverden goed werk als zingende acteurs of acterende zangers. Beide
uitdrukkingen passen hier! We hoorden niemand van het niveau Juan Diego
Florez, maar anderzijds ook niemand die minderwaardig was. Daarom bravo voor
alle vertolkers die we toch met veel genoegen vermelden. De Belg Steve De
Schepper praatte het geheel aan elkaar in een uitstekend Frans, dat op de
Nederlandse vertolkers blijkbaar een goede invloed had. Hij zong en acteerde
verder gewoon mee! De hoofdrol Barbe-bleue was toevertrouwd aan de Spaanse
tenor Joan Ribalta. De Belgische tenor Jean-Michel van Oosten was Prins
Saphir en een derde tenor, de Nederlander Mark Omvlee speelde “le Roi
Bobèche”. Dan nog twee Nederlandse baritons: Martijn Sander (Popolani) en
Marcel van Dieren (Le Comte Oscar). Bij de dames genoten we van drie
Nederlandse zangeressen: de mezzosopraan Karin Strobos als Boulotte, de
Nederlandse sopraan Machteld Vennevertloo als La princesse Hermia, alias
Fleurette en daarbij nog de mezzosopraan Marieke Koster als La Reine
Clémentine.
Dit
is het verslag van de laatste voorstelling! Een collega recenseerde de
première en los van elkaar kan men
twee meningen lezen.
De volgende productie van Opera-Zuid “L’Elisir d’Amore” van Gaetano
Donizetti gaat op 22 mei 2011 in première.
Meer info op
www.operazuid.nl
H.V. (Gepubliceerd op 16/4/2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Jean-Michel van Oosten (Prins
Saphir) en Machteld Vennevertloo (Prinses Hermia)
2) Marcel van Dieren (Comte Oscar), Joan Ribalta (Barbe-Bleue) en Steve De
Schepper (de verteller)
3) Joan Ribalta (Barbe-Bleue) en Karin Strobos (Boulotte)
Copyright foto's © Morten de Boer.
TERUG NAAR
KEUZELIJST NEDERLAND
![]()