OPERA GAZET
![]()
Madrigalen
van
Johann Hermann Schein op Bijbelse teksten. De bundel werd in 1623
gepubliceerd in Leipzig. Bijgewoonde uitvoering door
Gli Angeli
Genève in het Augustinus Muziekcentrum (AMUZ) te Antwerpen op 16 oktober
2011.
Het
Internet afschuimen naar informatie over Johann Hermann Schein is een
ondankbare taak. Negentig procent van de zoekresultaten leiden naar online
verkoop van cd’s. Nuttige gegevens over de componist en zijn werken vindt je
amper. Het meest duidelijke overzicht vonden wij in het programmaboekje van
het concert zelf, een bijdrage die wij - met dank aan
Stephan MacLeod - niet aan onze lezers willen onthouden.
Johann Hermann Schein kreeg zijn vroegste muzikale opleiding in Dresden,
waar hij als koorknaap zong in de kapel van de keurvorst van Saksen. Met een
beurs voor begaafde leerlingen bekwaamde hij zich vervolgens aan de
Landesschule in Pforta. Hoewel hij later ook rechten
studeerde in Leipzig, was de muziek toch zijn bestemming. Hij bekleedde
verschillende functies, zoals muziekleraar van de kinderen van mecenas
Gottfried von Wolffersdorf in Weissenfels en kapelmeester van de hofkapel in
Weimar, voordat hij in 1616 als dertigjarige werd aangesteld als cantor aan
de Thomaskirche in Leipzig. Deze post behield hij tot zijn vroege dood
veertien jaar later. Een prettig leven had Schein niet: hij leed aan
allerlei aandoeningen, waarvan tuberculose en nierstenen hem het meest
moeten hebben gekweld. Ook zijn familie werd zwaar getroffen: hij was
tweemaal getrouwd, maar beide echtgenotes stierven jong en ook acht van zijn
tien kinderen overleden op jonge leeftijd.
Hoewel Schein zelf nooit een voet buiten de Duitse oostelijke staten zette,
stond hij wel degelijk open voor de muzikale ontwikkelingen elders in
Europa, vooral Italië. Zijn ontmoeting in Weissenfels met zijn
leeftijdgenoot Heinrich Schütz, die beschikte over een ijzeren constitutie
en net terug was van een studiereis in Venetië, is wat dat betreft bepalend
geweest. Maar anders dan Schütz componeerde Schein naast geestelijk ook veel
wereldlijk werk, waaronder vrolijke drinkliederen waarin hij nieuwe
verworvenheden verwerkte als de Italiaanse concertatostijl en de basso
continuo. Schein schreef daarbij vaak zijn eigen poëtische teksten.
“Israelis Brünnlein”, ofwel “De fonteinen van Israël”, is een verzameling
van 26 Duitse madrigalen op Bijbelse teksten - 23 uit het Oude Testament,
twee uit het Nieuwe Testament en één die wordt toegeschreven aan de
componist zelf. De bundel werd in 1623 gepubliceerd in Leipzig.
ln
het eerste kwartaal van de 17de eeuw was de muziek in Noord-Duitsland in de
greep van een volkomen nieuw elan. Terwijl oorlogen en epidemieën het land
teisterden, werkten Schein, Schütz en Scheidt vol enthousiasme aan de
invoering van de innovatieve Italiaanse stijl in hun vaderland. De
oer-Duitse polyfone traditie van Praetorius werd van de kaart geveegd en
daarmee veranderde voorgoed de hele Noord Europese muziekstijl.
ln Italië, aan de andere kant van de Alpen, hadden Monteverdi en de zijnen
aan het begin van de 17de eeuw de seconda prattica geïntroduceerd die, in
tegenstelling tot de polyfone renaissancetraditie van de prima prattica -
waarin alle stemmen even belangrijk zijn - voor het eerst het uitdrukken van
de individuele emotie mogelijk maakte. Maar naast deze nieuwe monodische
stijl was ook het madrigaal een bron van inspiratie. ln deze meerstemmige
geestelijke of wereldlijke liedvorm speelt niet zozeer het kunstige
stemmenweefsel de hoofdrol, als wel de tekst en de retorische kracht ervan.
Met name Schein voelde zich aangesproken door deze specifiek Italiaanse vorm
en stelde zich tot taak om ook in Duitsland een genre te populariseren
waarin het woord prevaleert boven de noten. Meer nog dan zijn illustere
vakbroeders Schütz en Scheidt, zette hij zich in om te bewijzen dat de
Duitse taal net zo geschikt is om zich te plooien naar de muziek als de
poëzie van Petrarca. Woordschildering, het uitbeelden van woorden en
gevoelens in muzikale motieven, was daarbij zijn ultieme gereedschap.
De
26 motetten waaruit “Israelis Brünnlein” bestaat en waarvan er in dit
concert 19 werden uitgevoerd, zijn allemaal gewijd aan verschillende
hoogdagen van het lutherse liturgische jaar en aan andere gelegenheden
waarbij de kerk traditioneel een rol speelt, zoals huwelijken en
begrafenissen. Het zijn stuk voor stuk hoogtepunten uit die periode van
muzikaal avontuur, die heeft gezorgd voor een nieuwe verhouding tussen tekst
en muziek in Duitsland en die later door Dietrich Buxtehude en vervolgens
door Johann Sebastian Bach is geperfectioneerd.
De uitvoering door Gli Angeli Genève was bijzonder stijlvol. Toch is de
muziek van Schein iets te sober naar onze smaak. Wij misten vooral de kleur
en het rijkere klankidioom dat wij kennen van zijn Italiaanse tijdgenoot
Claudio Monteverdi. De begeleiding van de vijf zangsolisten was weinig
virtuoos en beperkte zich tot drie musici: een orgel, een cello en een harp.
Zangtechnisch werden er uitstekende prestaties geleverd door de tenors
Robert Getchell en Jan Kobow. De moeilijkste en meest virtuoze partijen
waren deze van de sopranen, hier vertolkt door Hana Blazikova en Aleksandra
Lewandowska. Het was jammer dat zij hun stemmen niet beter konden doseren
tot het klankvolume van hun mannelijke collega’s. Zij kwamen vaak schril
boven het geheel uit, waardoor enkele uitschuivers niet ongemerkt konden
blijven. De donkere basstem van Stephan MacLeod contrasteerde mooi met dit
vederlicht ensemble. Hij zorgde bovendien voor de subtiele muzikale leiding,
waarbij soberheid kennelijk troef was.
Na Genève, Brussel en Maastricht was het laatste concert van deze tournee te
beluisteren in Utrecht op 17 oktober 2011.
Er bestaat een goede
cd-opname van “Israelis Brünnlein” op Harmonia Mundi door het Ensemble
Vocal Européen o.l.v. Philippe Herreweghe.
G.M. (Gepubliceerd op 18/10/2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Johann Hermann Schein.
2) Hana Blazikova.
3) Stephan MacLeod.
TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË
![]()
Opera
van
Georges Bizet (muziek) en
Henri
Meilhac &
Ludovic Halévy (libretto) naar een novelle van Prosper Mérimée. Eerste
opvoering in de Opéra-Comique te Parijs op 3 maart 1875. Première van deze
productie door de Internationale Opera Producties in samenwerking met de
Staatsopera van Rousse op 29 oktober 2011 te Heerlen. Bijgewoonde
voorstelling op 21 november 2011 in de Stadsschouwburg te Antwerpen.
Er
werd een goede start genomen met de bekende ouverture waarin alleen de
bekkens een beetje te luid overkwamen. Bij het opgaan van het doek zagen we
een mooi decor van Guy-Claude François, dat de hele avond dienst deed met
enkele kleine wijzigingen per scène.
Tot onze grote verbazing kwam na het openingskoor een verteller op (David
Macalusa), die tijdens de hele voorstelling geregeld tussenkwam om uitleg te
geven in de Franse taal met Nederlandse boventiteling. Persoonlijk vonden
wij dit nogal storend voor de continuïteit van de actie. Deze acteur had
echter wel een luide stem en een duidelijke uitspraak.
De ster van de avond was Yaroslova Kozina in de rol van
Carmen.
Zij was zowel vocaal als scenisch zeer overtuigend. Zij zong zeer gefraseerd
en koppelde haar soepele stem aan een seksueel geladen verschijning. Zij is
zowat de beste Carmen die wij in jaren gezien hebben.
De partij van Micaëla werd vertolkt door Mariana Panova. Deze sopraan bracht
een vrij sobere vertolking, maar leek ons niet jeugdig genoeg voor deze rol.
Paolo Bartolucci was de Don José van dienst. We vonden zijn vertolking in de
eerste acte vrij mager (hoewel dit niet voor zijn figuur geldt), maar hij
verbeterde naar het einde toe. Hij maakte indruk op het publiek door zeer
luid te zingen, wat niet altijd even mooi was. Ook zijn kostumering had
beter aangepast kunnen zijn aan zijn figuur.
Sergio
Foresti toonde een jonge viriele Escamillo. Hij zong zijn Toreadoraria heel
kordaat met een prachtige stemkleur in een kostuumpje dat meer aan een
Amerikaanse filmster deed denken met zonnebril incluis.
De Frasquita van de Belgische Dorine Mortelmans en de Mercédès van Alice
Gregorio waren uitstekend. Kris Belligh als Le Dancaïre en Erik Slik als Le
Remendado pasten ook zeer goed in het geheel. Het kwintet in de herberg van
Lillas Pastia was een hoogtepunt, zowel scenisch als vocaal. Verder
vertolkte Michele Filanti de rol van Zuniga en Christophe Herrada was
Moralès.
Het koor van de opera van Rousse was vocaal heel sterk en op enkele plaatsen
ook heel beweeglijk. Daar een echt kinderkoor in de eerste acte ontbrak,
werd dit op een zeer ludieke manier opgevangen door een wit doek te spannen
waarop een filmpje geprojecteerd werd met kinderen die soldaatje speelden,
terwijl enkele jonge koorleden de partij zongen.
De regie van Dominique Serron kon ons niet steeds overtuigen. Soms gebeurde
er te weinig en soms dan weer nutteloze zaken. Een aantal Spaanse dansen
waren in een choreografie van Carlos Vilán en pasten goed in het geheel van
het werk.
De
muzikale leiding berustte bij Konrad Leitner. De dirigent op onze
voorstelling was Nayden Todorov, die we al eerder aan het werk zagen in de
“Carmina Burana” in
oktober laatstleden. Hij dirigeerde met vaste hand de juiste tempi en
schakeringen.
Het publiek was niet zo heel talrijk en bestond duidelijk niet uit echte
operabezoekers. Wel was er achteraf redelijk veel applaus. De open doekjes
waren wel mager.
Al bij al was het een redelijk te genieten voorstelling.
H.V. (Gepubliceerd op 23/11/2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Michele Filanti als Zuniga en Paolo Bartoluci als Don José.
2) AliceGregorio als Mercédès, Yaroslava Kozina als Carmen en Dorine
Mortelmans als Frasquita.
3) Dorine Mortelmans als Frasquita en Sergio Foresti als Escamillo.
Copyright ©
Momchil Mihaylov.
TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË
![]()
Kerstconcert door het Universitair Koor Antwerpen in de Kapel van de
Grauwzusters te Antwerpen op 14 december 2011.
Gratis
toegang en gratis programmaboekje! Dit laatste was zeer overzichtelijk,
bevatte alle zangteksten en gaf dikwijls een korte verklaring. De overvolle
kapel met een jeugdig en een iets minder jeugdig publiek, zoals wij zelf met
familiale binding, reageerde verdiend zeer enthousiast.
Dit studentenkoor was vrij evenwichtig van klank. Enkele leden zongen
verdienstelijk korte solopartijen, hun namen werden niet vernoemd, maar
Naomi Riemis was ons al bekend door vroegere prestaties. Het vocale
programma bestond uit minder bekende stukken, gearrangeerd door John Rutter
en meer bekende liederen en gedichten, gearrangeerd in een jazzy stijl door
o.a. Will Todd en Christopher Norton. Tijdens hun zoektocht stootten ze op
een kerstcompilatie van Nigel Short, voormalig lid van de King’s Singers,
waaruit het repertorium werd gekozen.
De pianobegeleidingen, die soms iets te hard klonken, werden zeer volgzaam
verzorgd door Peter Jeurissen. Samen met Hanne De Nef (cello) werden werken
van Rachmaninoff, Grieg en Schubert uitgevoerd. Deze jonge celliste is de
dochter van Dirk De Nef en studeert nog. Alles laat een mooie toekomst
voorzien. De pianist speelde ook enkele werken op het orgel, dat zich op de
hoogzaal achteraan in de kapel bevindt. Het waren interessante korte werken
van Pierre Froidebise en Kurt Bikkembergs in een goed gekozen registratie.
De dirigent, waarmee we even konden praten, is ook dirigent van het groot
gemengd koor Arti Vocali en het Leuvens Koor Tourdion. Hij zingt zelf bij
het vocaal mannenkwartet Kompakt en is medeoprichter van “Homm’eros”
(mannenkoor). Ook als componist is hij bedrijvig. Opvallend hierin is zijn
Antwerpse cantate “’k Zing A geire”. We houden wel van zijn beheerste en
duidelijke leiding, afgewisseld met gepassioneerde fragmenten. Hij kon dit
jeugdige liefhebberskoor tot heel wat mooie vertolkingen leiden.
Naderhand was er een drankje voorzien met de uitvoerders, waar echter bleek
dat de zangers nog lang niet uitgezongen waren.
Een zeer aangename avond in aanloop naar de kerstdagen.
H.V. (Gepubliceerd op 15/12/2011)
Foto: Dirk De Nef.
TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË
![]()