OPERA GAZET
![]()
Tragédie
lyrique in vijf bedrijven en een proloog van
Jean-Philippe Rameau op een tekst van Gentil-Bernard. De creatie van het
werk had plaats op 24 oktober 1737 in de Académie Royale de Musique te
Parijs. Bijgewoonde voorstelling op 4 februari 2012 door de
Deutsche Opera m Rhein in het Theater Düsseldorf.
De
opdracht van Zonnekoning Louis XIV aan de Italiaanse componist
Jean-Baptiste Lully was duidelijk: de creatie van een nieuwe vorm van
muziektheater die alle bestaande vormen in de schaduw zouden stellen. Lully
nam zijn taak ernstig en maakte een synthese van de voornaamste kunstvormen
die op dat moment in trek waren, zoals koorzang, drama en ballet. Hij
vermengde ze tot één geheel: de tragédie lyrique. Rameau was de muzikale
erfgenaam van Lully en zette de ingeslagen weg verder waarbij hij vooral de
klemtoon van de gedeclameerde tekst verschoof naar de muzikale nummers.
Na
“Les Paladins” en “Platée”
vormt deze nieuwe productie van “Castor et Pollux” het sluitstuk van de
driejarige Rameau-cyclus door de Deutsche Opera am Rhein. Met dit laatste
deel werden echter een aantal zaken radicaal veranderd. Om te beginnen heeft
“Castor et Pollux” in tegenstelling tot de andere twee werken een ernstig
onderwerp, wat een opvoering voor een modern publiek zeker niet evident
maakt. Bovendien werd gekozen voor de huisdirigent Axel Kober. Tenslotte
werd niet langer een beroep gedaan op solisten gespecialiseerd in het
barokrepertoire maar kregen leden van het eigen gezelschap de gelegenheid om
zich te tonen. De samenwerking Neue Düsseldorfer Hofmusik, een typische
barokformatie, werd wel behouden.
Het
werken met stemmen die niet getraind zijn voor barok heeft voor- en nadelen.
Enerzijds valt een zeker gebrek aan verfijning bij een groot deel van de
solisten op. Aan de andere kant is het vermogen tot expressie bij een meer
moderne stemtechniek vaak groter. Er ontstaat met andere woorden een
meer dramatische uitvoering. En inderdaad, het was vooral op dat punt dat de
waarde van de voorstelling gezocht diende te worden. De Turkse bariton Günes
Gürle is een eerder ruwe, ongepolijste en wat brutaal zingende Pollux die
zijn personage met veel flair gestalte weet te geven. Zijn tegenspeler, de
Zweedse tenor Jussi Myllys is veel verfijnder als Castor, een rol die hij
zingt met een elegante en fijne tenorstem die niet altijd even zeker is in
de hoogte. Alma Sadé neemt overtuigend de rol van Télaïre op zich. Sami
Luttinen leent zijn sonore basstem aan de god Jupiter en Claudia Braun is
een welluidende Phébé. Opvallend was ook de Roemeense tenor Ovidiu Purcel, een
lid van de studio, die in de kleinere rol van L’amour laat horen dat hij
waarschijnlijk een mooie toekomst voor zich heeft.
Axel Kober voert orkest en solisten aan met gevoel en subtiliteit, eerder
dan met dramatiek.
Hoe kan je een tragédie lyrique verkocht krijgen aan een modern publiek?
Omdat ballet een belangrijk deel uitmaakt van dit soort werken heeft de
Deutsche Opera am Rhein de regie opgedragen aan de choreograaf Martin
Schläpfer die hiermee zijn debuut maakt. Voor hem staat de dans, niet totaal
onverwacht, centraal. Elk personage heeft een dansende tegenhanger. Het
ballet maakt niet alleen deel uit van de opera, het speelt ook, net als het
orkest, een begeleidende rol bij de recitatieven en de zangnummers. Tot daar
klinkt het mooi. Helaas schort er wat aan de choreografie: Schläpfer komt
niet alleen zelden tot bewegingen die in relatie staan met de muziek, hij
heeft een voorkeur voor over de grond kronkelende en elkaar ronddragende
dansers die vaak te pas maar vooral te onpas de solisten mee in hun
capriolen betrekken. Spijtig, het zelfde kan ook gezegd worden van de
koele buizenconstructie van Rosalie die als enige decorstuk het scènebeeld
domineert.
Een voorstelling die muzikaal zeker te genieten valt maar helaas belast is
door de aartslelijke regie en decors. Al lustte het Duitse publiek er de
avond van de 4e februari duidelijk pap van, gezien de lange ovatie die de
medewerkenden te beurt viel.
H.D. (Gepubliceerd op 6/2/2012)
Foto's van boven naar onder:
1) Claudia Braun als Phébé en danser.
2) Ensemble.
3) Günes Gürle als Pollux en Julli Myllys als Castor.
Copyright foto's © Gert Weigelt
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()