OPERA GAZET
![]()
Opera
van
Isaac Albéniz (muziek) en
Francis Burdett Money-Coutts (libretto) gebaseerd op de legende van
“King Arthur”. Gecomponeerd tussen 1897 en 1903. Postuum gecreëerd in het
Spaans in het Teatro Tivoli te Barcelona op 18 december 1950. Eerste
concertante uitvoering van de volledige Engelse versie te Madrid op 20 juni
1998. Eerste scenische opvoering in het Teatro Real te Madrid op 28 mei
2003. Première van deze reeks voorstellingen in het Musiktheater im Revier
te Gelsenkirchen op 8 oktober 2011. Bijgewoonde voorstelling op 30 oktober
2011.
Iedereen
kent wel
de
geschiedenis van King Arthur,
het zwaard
Excalibur en
de tovenaar
Merlin. Inhoudelijk gaat het steeds over het einde van de heidense
tijden en de opkomst van het christendom.
Niet elke operaliefhebber is echter vertrouwd met het werk van Isaac
Albeniz. Daarom geven we graag een beetje informatie.
Isaac Albeniz is vooral bekend om de “Iberia Suite” en zijn veelvuldige
werken voor klavier. Zijn naam wordt zelden met “opera” geassocieerd, al is
hij de toondichter van niet minder dan vijf opera’s: “The magic opal”
(Londen, 1893), “Henry Clifford” (Barcelona, 1895), “San Antonio de la
Florida”, “Pepita Jiménez” (Barcelona, 1896) en “Merlin”.
Deze “Merlin” was bedoeld als eerste luik van de trilogie “King Arthur”. Het
tweede deel, “Lancelot” bleef onvoltooid en van “Guenevere”, het derde deel,
bestaat enkel het libretto. De stuwende kracht achter dit project was de
beschermheer en bankier Francis Burdett Money Coutts (een uitgelezen naam
voor een bankier!) die tevens de libretti schreef. Het was de bedoeling de
Engelse Opera wat nieuw leven in te blazen, maar tot een concrete opvoering
kwam het niet. In 1905 vond in de woonst van de Tassel familie te Brussel
een uitvoering plaats in een Franse vertaling van Maurice Kufferath, met
pianobegeleiding, als voorbereiding voor een reeks opvoeringen in de
Muntschouwburg. Deze vonden echter nooit plaats.
Het
zou nog een halve eeuw duren voordat “Merlin” zijn première zou beleven te
Barcelona in 1950 en dan nog wel op initiatief van de “Club de Futbol
Junior”. Musicoloog en dirigent José de Eusebio was echter niet tevreden met
deze in het Spaans gezongen, fel ingekorte versie. Jaren intensief zoekwerk
leidden tot de originele en volledige Engelse versie die voor het eerst te
Madrid scenisch opgevoerd werd. Vooraf werd het werk al door Decca op CD
vastgelegd met het Orquesta Sinfonica de Madrid onder leiding van José De
Eusebio. De opname wordt ontsierd door een blatende Placido Domingo
(Arthur). De cast is verder ideaal met Carlos Alvarez (Merlin), Jane
Henschel (Morgan le Fay) en vooral een sublieme Ana Maria Martinez (Nivian).
De muziek van “Merlin” laat er geen twijfel over bestaan dat Albeniz een
fervente bewonderaar van Richard Wagner was. Hij was trouwens één van de
stichters van de Wagnervereniging van Barcelona.
Het was de eerste keer dat dit werk in Duitsland werd opgevoerd en dit
gebeurde zoals het moest, namelijk in het Engels met Duitse boventiteling.
Regisseur Roland Schwab zorgde uiteraard voor een “update” van de inhoud:
het gekende stramien, waarbij hedendaagse elementen moesten aanwezig zijn.
In de eerste akte stond de auto van Merlin, een Amerikaanse “slee” uit de
jaren vijftig, in panne op een betonnen weg met twee rijvakken. In de tweede
akte diende deze auto om verslagen soldaten mee te vervoeren. Andere auto’s
waren op de weg niet zien, er waren geen files... Merlin was modern gekleed,
de andere zangers waren in een kleding van de middeleeuwen. In de derde akte
werd gezongen over de meimaand, de lente en de liefde, terwijl Arthur in de
sneeuw zat. De bomen wogen zwaar van de winterse neerslag en Arthur was
vergezeld van zes spastische “bodyguards. Inhoudelijk vraagt dit werk
slechts een mysterieuze sfeer, maar die was in verschillende scènes ver te
zoeken. Gelukkig waren er ook mooie momenten, waar de belichting en de
juiste pasteltinten voor mooie beelden zorgden.
Zangtechnisch
was deze opvoering een zware opgave voor het gezelschap. Over de muzikale
leiding van Heiko Mathias Förster kunnen we niet enthousiast zijn. Het
orkest klonk te hard, elke sectie was oorverdovend zodat er totaal geen
versmelting, geen eenheid te horen was in deze magnifieke partituur. Het
koor was niet klein maar slaagde er niet in een coherente voordracht te
laten horen. Zij riepen vaak meer dan zij zongen.
Bij de solisten waren gelukkig enkele zangers met klasse. We denken in de
eerste plaats aan de sopraan Petra Schmidt in de rol van Nivian. Zij toverde
een vrije lyrische klank uit haar keel. Zij betoverde niet alleen Merlin,
ook de luisteraars waren in haar ban. De dramatische sopraan Majken Bjerno
klonk te weinig gedoseerd in de rol van Morgan le Fay, maar was wel
genietbaar op meer ingetogen momenten. De hoofdrol was in handen van de
bariton Bjorn Waag. Hij bezit een droge stem waardoor hij minder geschikt is
voor de rol van de tovenaar. Koning Arthur werd vertolkt door de tenor Lars
Oliver Rühl. In het begin waren we gecharmeerd door zijn baritonaal geluid.
Maar al vlug ontdekten we dat hij geen hoge tessituur aankon. In de derde
akte schoot er zelfs van zijn stem niets meer over. De aartsbisschop van
Canterbury werd gezongen door de welluidende bas Dong Won Seo. Mordred, de
zoon van Morgan le Fay, werd met veel kern vertolkt door de bariton Sejong
Chang. Deze zanger maakte indruk door zijn knappe zangtechniek. Kleine
rollen werden verdienstelijk gebracht door Jeffrey Krueger (Gawain), Joachim
G. Maas (King Lot of Orkney), Michael Dahmen (Sir Pellinore), Nikolai
Miassojedov (Sir Ector de Maris) en Hongjae Lim (Kay).
Al
was deze voorstelling niet van topkwaliteit, we waren toch blij deze
prachtige, te weinig opgevoerde opera van Albeniz nog eens te beleven.
Er zijn nog voorstellingen op 4, 6, 19, 25 november, 11 en 22 december 2011.
De opvoeringen in Madrid werden vastgelegd op DVD-Video, in de sublieme
enscenering van John Dew en gedirigeerd door José de Eusebio. Solisten zijn
o.a. David Wilson-Johnson als Merlin, Carol Vaness als Nivian, maar jammer
genoeg met een teleurstellende Eva Marton als Morgan le Fay.
P.T. (Gepubliceerd op 2/11/2011).
Foto's van boven naar onder:
1) Lars-Oliver Rühl als Arthur en Björn Waag als Merlin.
2) Petra Schmidt als Nivian, Majken Bjerno als Morgan le Fay en Sejong Chang als
Mordred.
3) Vooraan: Petra Schmidt als Nivian. Achteraan: Majken Bjerno als Morgan le
Fay, Sejong Chang als Mordred en Blörn Waag als Merlin.
4) Slotscène.
Copyright foto's © Thilo Beu.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Opera
in vijf taferelen van
Manfred Trojahn op een libretto van Christian Martin Fuchs naar het
gelijknamige toneelstuk van Eduardo de Filippo. De wereldpremière had op 10
mei 2008 plaats in de Semperoper te Dresden. We zagen op 15 april 2012 een
voorstelling in het Musiktheater im Revier te Gelsenkirchen.
Het Theater im Revier heeft een lange traditie voor wat betreft het brengen
van ongekend repertoire. Met heimwee denken we terug aan de talloze
belcantowerken die we in dit theater voor het eerst uitgevoerd zagen. Enkele
jaren geleden veranderde echter de directie en daarmee ook de klemtoon: nog
steeds komen onverwachte titels op de affiche maar de klemtoon is verschoven
van de negentiende naar de twintigste en zelfs eenentwintigste eeuw.
“La grande magia” vertelt het verhaal van Calogero di Spelta, die tijdens een
goochelshow van Otto Marvuglia zijn echtgenote Marta weggetoverd ziet
worden. De vrouw maakt van de gelegenheid gebruik om er met haar minnaar van
door te gaan. Otto maakt Calogero wijs dat zijn vrouw in een doos opgesloten
zit en deze laatste speelt het spel mee, echter zonder de doos te openen.
Als deze situatie zeven jaar later zowat alle personages in de opera tot
waanzin heeft gedreven besluit Otto op zoek te gaan naar Marta. Wanneer hij
haar terug bij Calogero brengt weigert deze haar te herkennen als zijn
vrouw: hij had immers de doos nog niet opengemaakt.
We waren niet onder de indruk van de partituur van Trojahn. Muzikaal stelt
deze niet veel voor, ze is eerder een soort begeleiding met beperkte orkestratie
met als voornaamste kwaliteit dat ze wat betreft volume de solisten nooit in
de problemen brengt. Aan de andere kant zijn de voornaamste zangpartijen
aartsmoeilijk. Vooral de hogere stemmen worden vaak tot tegen de limieten
van hun bereik gebracht, zo niet daarover. Op een tweetal korte aria’s na
beperkt het aandeel van de zangers zich trouwens tot een soort
“Sprechgesang”.
Het moet gezegd worden dat het Theater im Revier voor de gelegenheid een
prachtige cast heeft verzameld - misschien wel de beste die we in dit
theater meemaakten. Net als bij de wereldpremière in Dresden werd de rol van
Otto Marvuglia gezongen door de Zweedse bariton Urban Malmberg. Hij ontpopte
zich als de ideale zanger-akteur voor deze partij, met een in alle registers
homogeen klinkende bariton in de enige rol die door de componist goed
uitgewerkt werd. Daniel Magdal wist ons met zijn krachtige stem en hel
timbre te imponeren als Calogero di Spelta en Alfia Kamalova haalde het
maximum uit de aartsmoeilijke rol van Marta Spelta. In de talloze kleinere
rollen hoorden we verdienstelijke tot goede prestaties van onder meer Piotr
Prochera als Marcello Polvero en Lars-Oliver Rühl als Oreste Intrugli.
William Saetre toonde zich zoals steeds een onweerstaanbare akteur.
Het orkest van het Theater im Revier dat speelde onder de leiding van Lutz
Rademacher had niet echt een uitdaging aan de muziek van Manfred Trojahn.
We verlieten het theater met gemengde gevoelens. De artistieke kwaliteit van
de uitvoering was prima maar de inspanningen van de medewerkenden toch wat
verkwist aan een wat flets werk. En dat terwijl er nog zoveel negentiende-
eeuwse parels op herontdekking liggen te wachten…
Er zijn nog voorstellingen op 6, 11 en 26 mei 2012.
H.D. (Gepubliceerd op 18 april 2012)
Foto's van boven naar onder:
1) Ensemble.
2) Alfia Kamalova als Marta di Spelta en Sejong Chang als Mariano d’Albino.
3) Urban Malmberg als Otto Marvuglia en Alexandra Lubchansky als Amelia.
Copyright foto's © Musiktheater im Revier.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()