OPERA GAZET
![]()
Opera
in vijf bedrijven van
Sergei Prokofiev op een libretto van de componist zelf naar de
gelijknamige roman van
Lev
Tolstoi. Het werk werd gecreëerd in Leningrad op 12 juni 1946 (1e
versie) en op 31 maart 1955 (2e versie). We woonden op 23 september 2011 een
uitvoering bij door de Oper Köln.
Prokofiev
ging een immense uitdaging aan door te trachten het verhaal van Tolstoi op
muziek te zetten. De
oorspronkelijke roman bestaat immers niet echt uit een duidelijk
voortschrijdend verhaal maar uit aparte taferelen waarbij de levensloop van
verschillende hoofdpersonages aan het begin van de negentiende eeuw gevolgd
wordt. De componist heeft hieruit een elftal (in de oorspronkelijke versie
dertien) scènes geselecteerd en voorzien van muziek. Thematisch volgt de
opera eigenlijk het wedervaren van Natascha Rostowa, een wat naïef
tienermeisje dat moeilijk keuzes kan maken in de liefde. Dit alles gebeurt
tegen de achtergrond van de oorlog met Napoleon (die zelf ook in de opera
voorkomt) zodat “Oorlog en vrede” eigenlijk beantwoordt aan de criteria van
de grand-opéra die een honderd jaar eerder de wereld veroverde. Verder
voorziet de opera, naar analogie met Tolstoi's roman, een massa
nevenpersonages wat het de toeschouwers niet altijd makkelijk maakt om de
gebeurtenissen te volgen.
De sterkte van Prokofievs muziek zit duidelijk in de emotie en de
contrasterende sfeerscheppingen, gegevens die uiteraard in “Oorlog en vrede”
met zijn aparte taferelen goed tot uiting komen. Dat neemt niet weg dat de
muziek die de componist voor deze opera schreef niet vernieuwend is - maar
dat hoeft geen nadeel te zijn.
Ook de regie van Nicolas Brieger was alles behalve vernieuwend, hetgeen als
een compliment bedoeld is. Hij gebruikte de ganse diepte van het toneel om
ruimte en grootsheid te creëren. Vooraan werkte hij vooral met muurpanelen
die vanuit de coulissen op het toneel geschoven konden worden. Dit leidde
wel tot een zekere continuïteit tussen de verschillende taferelen, maar werd na
een tijdje toch ook wat saai voor het publiek. Opmerkelijk was wel de
personenregie, die voor elk van de talrijke personages goed uitgewerkt werd.
De
grote bezetting die nodig is om “Oorlog en vrede” op te voeren, verklaart
vermoedelijk voor een deel waarom het werk zo zelden opgevoerd wordt. Niet
elk theater kan zich veroorloven om dertig solisten bijeen te brengen voor
één productie. Het doet ons dan ook plezier dat de Oper Köln er in geslaagd
is om alle rollen degelijk te bezetten, voornamelijk met leden van het eigen
gezelschap.
Olesya Golovneva toonde zich vocaal een scenisch geloofwaardig als de
bakvis Natascha.
Johannes Martin Kränzle wist ons te bekoren als vorst Andrej Bolkonski
en we waren ook onder de indruk van de tenoren
Matthias Klink en
Mirko Roschkowski die als respectievelijk graaf Pierre Besuchow en Anatoli
Kuragin een mooie prestatie neerzetten.
Het
uitgebreide koor van de Oper Köln kon zich in deze productie niet alleen
vocaal maar ook dansend aan het publiek tonen. Het zoals steeds genuanceerd
spelende Gürzenichorkester stond onder de leiding van
Michael Sanderling die meer de nadruk legde op de klankkleur van de
partituur en de dramatiek dan op de nuancen.
Een voor Duitsland ongewoon brave productie die zeker de moeite waard is om
te gaan zien, al was het maar omdat “Oorlog en vrede” zo zelden gespeeld
wordt.
Er zijn nog voorstellingen op 28 september, 1, 3 en 8
oktober 2011.
H.D. (Gepubliceerd op 25 september 2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Olesya Golovneva als Natascha Rostowa.
2) Johannes Martin Kränzle als Andrej Bolkonski en Matthias Klink als Pierre
Besuchow.
Copyright foto's © Karl en Monika Forster.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Lyrische
tragedie van
Vincenzo Bellini op een tekst van Felice Romani naar de gelijknamige
tragedie van Alexandre Soumet. De wereldpremière had plaats op 26 december
1831 in het Teatro allaScala te Milaan. Op 18 januari 2012 waren we aanwezig bij een
concertante uitvoering in de Oper Köln.
Toen
Bellini op 23 september 1835 op 31-jarige leeftijd overleed, was zijn naam al
niet meer weg te denken uit de operawereld. Met werken als “La
sonnambula”, “Norma”
en “I
puritani” had hij tegen die tijd immers zijn eigen onsterfelijkheid al
verzekerd. De van nature wat melancholieke componist beschikte niet over het
komische talent van tijdgenoten als Rossini en Donizetti, maar wist als
eerste het Italiaanse publiek te confronteren met opera’s waarbij de tekst
evenwaardig werd aan de muziek.
Vandaag wordt “Norma” aanzien als het vlaggenschip van het belcanto. Net
zoals elke Wagnersopraan droomt van de rol van Brünnhilde in "Der Ring des
Nibelungen", zo wil
elke belcantozangeres (en helaas ook een heleboel andere sopranen) de rol
van Norma opnemen. Begrijpelijk door de combinatie van enerzijds de bravoure
en anderzijds het veelzijdige karakter van de titelrol - de afwisseling van
al die “grote gevoelens” (vriendschap, jaloezie, wraak, boete, …) vormt
misschien wel de grote uitdaging van de rol.
Enkele
jaren geleden kon de Slovaakse sopraan
Edita
Gruberova op haar beurt niet aan de lokroep weerstaan en nam de rol van
de druïdenpriesteres op haar repertoire. Geen evidentie want ondanks een
respectabel volume blijft haar stem in wezen die van een lyrische
coloratuursopraan. Ondertussen zingt ze de rol al een vijftal jaar in de
meest uiteenlopende theaters.
Hoe dan ook blijft haar interpretatie voor
kritiek vatbaar. Recitatieven die veristisch aandoen, een gebrek aan laag
register en inzetten die af en toe “in de buurt van” de bedoelde noot
terecht komen. Tegelijkertijd staan we vol bewondering over hoe de stem van
Gruberova de tand des tijds doorstaan heeft - het schitterende timbre klinkt
onwaarschijnlijk fris. En niet te vergeten, de diva zet een personage neer
op een manier die het publiek naar de keel grijpt. Met andere woorden, een
vertolking die tegelijkertijd positieve en minder positieve gevoelens
oproept maar uiteindelijk weet te overtuigen. Meer nog, aan het einde van de
voorstelling ging de zaal volledig door het lint - geen alledaagse
gebeurtenis in Duitsland.
Door
het succes van Gruberova dreigen haar collega’s, ten onrechte, in haar
schaduw terecht te komen. Zo hoorden we
Zoran Todorovich als een overtuigende Pollione. Deze rol vraagt vooral
volume en uithouding en dat is bij de Servische tenor zeker aanwezig. Maar
doorheen de jaren heeft hij zijn vertolking weten te verfijnen en ook vocaal
weet hij met een aantal smaakvolle falsetto’s wat variatie te brengen.
Verrassend goed was ook de Duitse
Regina
Richter die met haar lichte mezzostem een vocaal ideale bezetting bleek
voor Adalgisa, de rivale van Norma. Zij wist zich vocaal en wat betreft
interpretatie moeiteloos staan te houden tussen het stemmengeweld van haar
partners en werd daarvoor beloond met een open doekje door “haar” Keulse
publiek. Mooie prestatie ook van Nikolai Didenko als Oroveso.
We waren ook erg onder de indruk van dirigent Andrei Yurkevich. De
Oekraïense maestro leidde het Gürzenich-Orchster Köln met autoriteit. Mooi
was de manier waarop hij zijn orkest liet ademen wanneer het kon om
vervolgens het volume terug te dringen om de solisten niet te overstemmen.
Tenslotte hoorden we verschillende details in de partituur die ons nog niet
eerder opgevallen waren.
Alles bij elkaar dus een memorabele voorstelling van één der grootste
belcantowerken die in Keulen helaas enkel nog op 23 januari 2012 herhaald
wordt - en vermoedelijk is die voorstelling al lang uitverkocht. Terecht !
H.D. (Gepubliceerd op 19 januari 2012)
Foto's van boven naar onder:
1) Regina Richter als Adalgisa en Edita Gruberova als Norma.
2) Dirigent Andrei Yurkevich.
3) Edita Gruberova als Norma en Zoran Todorovich als Pollione.
Copyright foto's © Paul Leclaire.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Opera
van Giuseppe Verdi op een libretto van
Francesco Maria Piave naar “Le Roi
s’amuse”van Victor Hugo. Wereldpremière op 11 maart 1851 in het Teatro La
Fenice te Venetië. Première van deze productie in de Oper Köln op 15 maart
2012. Bijgewoonde voorstelling op 4 april 2012.
“Rigoletto”
is de eerste van de drie opera’s die Giuseppe Verdi wereldberoemd maakte en
samen met “Il trovatore” en “La traviata” tot het vaste repertoire van elk
operahuis behoren.
De componist was met deze opera een meester geworden op het gebied van de
instrumentatie. De orkestrale klankkleur en de stemmen vloeiden
probleemloos in elkaar. De inhoud van dit werk is door elke operaliefhebber
gekend. We zullen dus maar vlug uitweiden over deze “Rigoletto”. Hoe
genietbaar was de voorstelling in Keulen? De hertog van Mantua werd gezongen
door de tenor Dmitry Korchak. Deze Rus heeft het juiste timbre voor de rol,
maar er zat weinig warmte in zijn stem. Hij klonk meer als de hertog van
Siberië dan van Mantua. Hij was slank gebouwd, hij was jong, maar hij wist
toch niet écht te bekoren. De topnoten stonden er wel, maar ze werden eruit
geperst, wat bij het publiek blijkbaar in de smaak viel, maar voor ons niet
erg genietbaar was.
Rigoletto werd gebracht door de Servische heldenbariton Zeljko Lucic. Hij
overdonderde door het volume van zijn stem, maar ook hier ontbrak de
Italiaanse zon. Zijn dochter Gilda werd vertolkt door de Duitse sopraan
Jutta Böhnert. Van bij het begin van haar optreden was te horen dat deze rol
niet paste bij haar stem. Er ontbrak souplesse, met de coloraturen had zij
problemen, zij detoneerde geregeld en de topnoten kon zij letterlijk niet
aan. Uiteraard was zij met deze mankementen alles behalve een diva en ging
er niets stralend uit van haar vertolking. Gezien haar technische problemen
zong zij vaak in mezza-voce en dat was dan weer een echte verademing tussen
het gebrul van haar vader en de krachtpatserijen van haar aanbidder.
De
mezzosopraan Adriana Bastidas Gamboa zong de rol van Maddalena. Zij heeft
een klein stemdebiet. Met het verleiden van de hertog had zij geen problemen
en zij toonde een uitdagend sexappeal. De Nederlandse bas Dennis Wilgenhof
in de rol van Sparafucile klonk gedoseerd en overtuigend. Gezien zijn lengte
was hij letterlijk indrukwekkend.
De kleinere rollen werden behoorlijk bezet, behalve Giovanna, de meid van
Gilda, gezongen door de mezzosopraan Andrea Andonian, een versleten stem
zonder resonantie.
De muzikale leiding was in handen van Alain Altinoglu. Deze Fransman liet in
het begin van de opera het orkest veel te had spelen, maar in de loop van de
voorstelling doseerde hij beter. Hij had veel aandacht voor de verschillende
protagonisten, maar er waren ook veel dode momenten. De zangers en het
orkest vielen dan letterlijk stil. Zo was er weinig spanning en ging deze
uitvoering naar het einde toe zelfs vervelen. Het herenkoor klonk bijzonder
sonoor, iets overdreven zelfs voor een ensemble dat niet meer moet
voorstellen dan de hovelingen van de hertog van Mantua.
De regie was in handen van Katharina Thalbach. Wij maakten al meermaals mee
dat de personenregie van vrouwelijke regisseurs fel overdreven is en dat de
sekstaferelen extra benadrukt worden. Dat was ook hier het geval, maar
verder was het een vrij traditionele enscenering. De kostuums en de
scènebeelden van de Venetiaan Ezio Toffolutti waren smaakvol.
Samenvattend
was deze operavoorstelling in feite geen aanrader.
Er zijn nog voorstellingen op 7, 9 en 12 april 2012.
P.T. (Gepubliceerd op 4/5/2012)
Foto's van boven naar onder:
1) Dmitry Korchak als de Hertog van Mantua met vrouwelijk gezelschap.
2) Ensemble in de eerste akte.
3) Dmitry Korchak als de Hertog van Mantua en Markus Brück als Rigoletto
(alternerende bezetting)
Copyright foto's © Paul Leclaire.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()