OPERA GAZET
![]()
Episode
lyrique van
Jules
Massenet op een tekst van Jules Claretie en Henri Cain naar “La
cigarette” van
Jules
Claretie. De opera werd voor het eerst gespeeld in het Royal Opera House
Covent Garden te Londen op 20 juni
1894. We woonden op 12 januari 2012 een voorstelling bij in het Theater
Koblenz waar het werk vertoond werd in combinatie met “Les Boulingrin” van
Georges Aperghis.
Met
“La Navarraise” componeerde Massenet een typische
verismo-opera:
een kort verhaal ontdaan van franjes, met ruwe personages en een slechte
afloop voor de protagonisten. De componist trachtte hierbij een dramatisch
sterke partituur te schrijven maar is wat ons betreft op zijn best in de
meer lyrische passages. In elk geval leek de opera ons zeker het opvoeren
waard, een gebeurtenis die maar al te zeldzaam voorvalt. Enkel de nocturne
geniet nog enkele bekendheid.
Het verhaal speelt in Bilbao tijdens een burgeroorlog. Anita, een meisje uit
Navarra waar de titel naar verwijst, wil huwen met haar geliefde Araquil.
Helaas is ze straatarm en Araquil's vader eist van haar een bruidschat van
2000 duros. Ze biedt generaal Garrido aan om zijn tegenstander generaal
Zuccaraga om te brengen voor deze som. Anita voert haar plan uit maar
Araquil, ondertussen dodelijk gewond, vervloekt haar. Anita verliest haar
zinnen.
Regisseur
Matthias Schönfeldt laat het verhaal spelen in een eenheidsdecor - een grote
ommuurde ruimte - en zonder decors en een minimum aan rekwisieten. In zekere
zin gebruikt hij het koor, dat hij opstelt in verschillende formaties, als
decorstukken. Hij weet hiermee de juiste, bedrukte en bedrukkende sfeer van
het werk gestalte te geven. Samen met de verzorgde personenregie vonden we het
werk van Schönfelt van een grote doeltreffendheid voor dit repertoire.
Mezzosopraan
Aurea Marston is een toneelbeest en het personage van Anita is haar dan
ook niet alleen vocaal op het lijf geschreven. Helaas worstelt de zangeres
af en toe met de intonatie. Het zelfde kan gezegd worden van de tenor Martin
Shalita die met zijn erg lichte lyrische stem niet echt opgewassen bleek
tegen de orkestratie van Massenet. De bas Jongmin Lim zong met autoriteit en
sonore basstem de rol van Remigio, de vader van Araquil, en bariton Michael
Mrosek was een vocaal meer dan overtuigende generaal Garrido.
Het Staatsorchester Rheinische Philharmonie en het herenkoor van het Theater
Koblenz musiceerden onder de bezielende leiding van de Nederlandse dirigent
Enrico Delamboye.
Een hoogst interessante kennismaking met een wat atypisch werk van Massenet.
H.D. (Gepubliceerd op 16 februari 2012)
Foto's van boven naar onder:
1) Aurea Marston in de titelrol.
2) Jongmin Lim als Remigio en Martin Shalita als Araquil.
Copyright foto's © Theater Koblenz.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Opéra
bouffe van
Georges Aperghis op een tekst van de componist zelf naar de gelijknamige
komedie van
Georges Courteline.
De première had in mei 2010 plaats in de Opéra Comique te Parijs. We woonden op 12 januari 2012 een voorstelling bij in
het Theater Koblenz waar het werk gecombineerd werd met “La Navarraise” van
Jules Massenet.
Monsieur
Des Rillettes denkt de kip met de gouden eieren gevonden te hebben. Op een
feestje heeft hij het welgestelde gezin Boulingrin leren kennen en hij is
vastbesloten een belangrijk deel van hun leven (en hun uitgaven) te gaan
uitmaken. Hoewel hij de feiten eerst even heeft afgetoetst bij het
dienstmeisje Felicie, blijkt hij zich in een wespennest gestoken te hebben.
De heer en mevrouw Boulingrin kunnen elkaars bloed drinken en Des Rillettes
komt midden in hun verbale maar soms ook gewelddadige oorlog terecht. Hij
druipt uiteindelijk af.
Het
contrast tussen deze komedie en het eerst opgevoerde “La Navarraise” van
Massenet kon niet groter zijn. Met “Les Boulingrin” dalen we consequent af
tot het niveau van de onderbroekenlol met de nodige valpartijen, taarten die
in het gezicht terecht komen en meer van het soort fraais waar je honderd
jaar geleden nog succes mee kon oogsten maar heden ten dage enkel nog aanzet
tot luidop geeuwen. Dit gevoel wordt alleen maar versterkt door de regie van
Beate Baron en de decors van Katrin Hieronimus die aan het geheel nog enkele
overbodige “gags” trachten toe te voegen.
De muzikale taal van Asperghis is nogal moeilijk te omschrijven. Met een
combinatie van traditionele en experimentele instrumenten (bij dat laatste
denken we aan bestek, flessen en dergelijke) produceert hij betekenisloze
klanken die naar ons aanvoelen geen enkele meerwaarde aan het spektakel
bieden. Echt gezongen wordt er ook niet, enkel gedeclameerd. In die zin is
de benaming “opera” misschien ook niet terecht.
In elk geval beleefden de solisten blijkbaar zelf veel plezier aan
de
vertolkingen van hun burleske personages. Vooral onze landgenoot Christophe
Plessers wist zich uit te leven als Des Rillettes. Maar ook Monica Mascus en
Mathieu Dubroca als het echtpaar Boulingrin en Hana Lee als Felicie kon niets verweten
worden.
De productie die we zagen was de eerste productie sinds de creatie en had
wat ons betreft, beter vermeden geworden. Dat we niet alleen staan met deze gedachte,
bewijst het feit dat een aanzienlijk deel van het al niet erg talrijk
opgekomen publiek de zaal voortijdig verliet.
H.D. (Gepubliceerd op 16 februari 2012)
Foto's van boven naar onder:
1) Mathieu Dubroca als Monsieur Boulingrin, Christophe Plessers als Des
Rillettes en Monica Mascus als Madama Boulingrin.
2) Christophe Plessers als Des Rillettes, Monica Mascus als Madame Boulingrin en
Hana Lee als Felicie.
Copyright foto's © Theater Koblenz.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Opera van
Richard Wagner (muziek en libretto). Wereldpremière op 28 augustus 1850
te Weimar. Première van deze productie in het Theater Koblenz op 21 april
2012. Bijgewoonde voorstelling op 26 april 2012.
"Lohengrin",
dit meesterwerk van Wagner, werd op voortreffelijke wijze uitgevoerd in dit
tamelijk kleine theater.
Het orkest bevond zich achteraan op het podium, zodat men een fantastisch
grote speelruimte creëerde. De orkestbak vooraan werd enkel open gelegd om
het bed voor de bruiloftsscène naar boven te halen. Voor de laatste scène
werd deze dan weer gesloten.
Het orkest had een machtige Wagneriaanse klank en speelde zeer stijlvol
onder leiding van Enrico Delamboye. De balans met de zangers was perfect,
mede dankzij diverse schermen waarop de dirigent voor hen zichtbaar was.
De tenor Jon Ketilsson uit IJsland zong de titelrol. Zoals bij alle andere
solisten, paste zijn krachtige stem uitstekend bij de rol. Waar het nodig
was, zong hij ook mooi legato. De figuur kwam eveneens zeer duidelijk tot
uiting. Wel sloegen we eventjes in paniek, toen voor de aanvang van de
bruiloftscène een dame verscheen met de mededeling dat de tenor onpasselijk
was geworden, zo erg dat men een dokter moest oproepen. Na een extra half
uur pauze, werd dan aangekondigd dat hij zou verder zingen, zolang hij het
kon volhouden. Gelukkig lukte dit, maar er was blijkbaar een afspraak
gemaakt dat één der koristen een stoel haalde, zodat hij de aria “In fernem
Land” zittend kon zingen. Naar het einde toe ging het allemaal weer heel
vlot.
Zijn
tegenspeelster was de Duitse sopraan Susanne Pütters. Zij was zowel scenisch
als vocaal een ideale Elsa, hoewel de rol blijkbaar van haar het uiterste
vroeg.
Het andere koppel werd gevormd door Monica Mascus als Ortrud en Michael
Mrosek als Friedrich von Telramund, beide uit Duitsland afkomstig met de
ideale stemmen voor hun respectieve rollen. De koning Heinrich der Vogler
werd gezongen door Hans-Otto Weiss en de Heerrufer door Johannes Beck. Zij
waren beiden eveneens zeer goede zangers en acteurs.
Verdere rollen werden ook goed ingevuld door Martin Shalita, Alexander
Kröner, Christoph Plessers, Kai Uwe Schöler als de vier Brabantse edelen;
Hana Lee, Malwina Makata, Aurea Marston en Astrid von Feder als de vier
edelknapen. Deze beide groepen klonken zeer homogeen. En als laatste zagen
we Jonas Volmer als Herzog Gottfried.
Het reusachtige koor, gevormd door het Chor des Theaters Koblenz, het
Extrachor des Theaters Koblenz en het Freier Opernchor “Coruso”, voorbereid
door Bernhard Ott, leverde een formidabele klank op en was ook erg
beweeglijk.
De regie van Markus Dietze was zeer stijlvol, duidelijk en gepassioneerd,
met veel vondsten en symboliek. Enkele voorbeelden hiervan: bij aanvang ziet
men Elsa spelen met de kleine Hertog Gottfried, het koppel Ortrud en
Telramund werd duidelijk gemaakt door haar rode handschoenen en zijn rode
das, pochet en sokken. Lohengrin was in het wit, terwijl de koning in een
uitgesproken grijze redingote opviel tussen alle anderen die een gewoon
kostuum of een rokkostuum droegen.
Ook
het tweegevecht om Elsa’s onschuld, tussen Lohengrin en Telramund, werd
opgelost door een bezwerend gebaar. Bij aankomst en vertrek van Lohengrin
werd de zwaan, die aan komt vliegen, geprojecteerd op de wanden van het
podium en dit met zeer veel effect.
De moderne snit van alle kostuums van Claudia Caséra paste uitstekend in dit
regieconcept.
Er volgen nog voorstellingen van deze prachtige uitvoering op 12, 24, 30
mei, 8, 10 en 12 juni 2012.
H.V. (Gepubliceerd op 1/5/2012)
Foto's van boven naar onder:
1) Susanne Pütters als Elsa en Michael Mrosek als Telramund.
2) Susanne Pütters als Elsa en Jon Ketilsson als Lohengrin.
3) Monica Mascus als Ortrud.
Copyright foto's © Matthias Baus.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()