OPERA GAZET
![]()
Opera
van Detlev Glanert op een libretto van Werner Fritsch en Uta Ackermann.
Geïnspireerd door de novelle van
Wilhelm Hauff en de roman van
Lion
Feuchtwanger. Gecreëerd in het Theater Bremen op 13 oktober 1999. Première
van deze productie door het Theater Krefeld-Mönchengladbach in het TiN op 16
april 2011. Bijgewoonde voorstelling in het Theater Krefeld op 20 oktober
2011.
De opera “Joseph Süss” is verdeeld in dertien scènes. Ongeveer de helft
daarvan speelt zich af in de kerker waar hij de laatste uren tot zijn ter
doodveroordeling doorbrengt. In de andere helft van de scènes beleeft Süss
flashbacks van de verschillende stadia in zijn leven en zijn carrière aan
het Hof van de Hertog van Württemberg. Nog eenmaal beleeft Süss zijn opkomst
als Joodse financiële adviseur van de Hertog en zijn aanvankelijk grote
invloed aan het Hof. Hij herinnert zich zijn relatie met Magdalena
Weissensee en de pijnlijke verhouding met zijn dochter Naemi die een offer
werd van de op seks beluste Hertog. Tenslotte kijkt hij terug op de
groeiende invloed van zijn tegenstanders en hun intriges, de financiële
problemen waarvoor hij de zondebok en het offer moest zijn. In de laatste
scène zien wij het wegvoeren van Süss naar de plaats van executie.
Zoals wij de inhoud hier vertellen, kregen wij de opera niet te zien in de
zeer dynamische enscenering van Jan-Richard Kehl. Het gegeven werd naar onze
tijd verplaatst, zoals het de laatste decennia meer dan gebruikelijk is
geworden. Jodendiscriminatie is natuurlijk van alle tijden en het is
opmerkelijk hoe vaak de Duitse theater- en operagezelschappen dat in beeld
willen brengen. De wrange nasmaak van hun oorlogsverleden is nog
alomtegenwoordig en de toenmalige houding van de Duitsers tegenover de Joden
wordt hierdoor als een vorm van masochisme levendig gehouden. Het is
trouwens door dit nu al meer dan zestig jaar durende schuldgevoel en de sterk
overdreven “Wiedergutmachung”dat de Duitsers opgescheept zitten met meer dan
zevenhonderdduizend Turken....
Om dat nog maar eens overduidelijk te maken, liet de regisseur het koor en
de solisten bijna even vaak in de zaal -tussen het publiek- als op de scène
evolueren. Voor zij die het nog niet begrepen hadden, werd bij het slot de
zaal in een felle lichtstraal geplaatst om nogmaals te beklemtonen wie de
echte schuldigen zijn.
Om de verschillende taferelen van elkaar te scheiden werd gebruik gemaakt
van een draaitoneel met een bijzonder sober dubbelzijdig decor dat er aan
beide kanten identiek uitzag. Hierop werden teksten geprojecteerd.
Met de muziek van Detlev Glanert zijn wij tamelijk goed vertrouwd. Ze is
weinig revelerend, met felle klankuitbarstingen en sporadisch enkele
lyrische momenten. Voor “Joseph Süss” werden enkele reminiscenties aan
barokmuziek in de partituur verweven. Onder de bezielende leiding van
Kenneth Duryea klonken de Niederrheinischen Sinfoniker en het koor van het
Theater Krefeld bijzonder slagvaardig. Een klein trio musici stond rechts
van het orkest opgesteld. Drie muzikanten in Joodse klederdracht speelden
daar afgezonderd van de rest van het orkest als reminiscentie aan de jaren
dertig toen Joden uit de Duitse orkesten verbannen werden. Er gaat geen
speeljaar voorbij of er worden van Detlev Glanert wel enkele opera’s
opgevoerd, maar zelden of nooit buiten de het Duitssprekende taalgebied.
Over de solisten hebben wij niets dan lof. De milde baritonstem van Igor
Gavrilov klonk voortreffelijk in de rol van Josph Süss en vormde een mooi
contrast met de uitbundige, felle basbariton van
Christoph Erpenbeck als
Hertog Karl Alexander. De robuuste, nogal scherpe bariton Tobias
Scharfenberger was rabbijn Magus. De tenor Walter Planté gaf met veel gezag
gestalte aan Weissensee en Tobias Wessler was verantwoordelijk voor enkele
kleine rollen.
Bij de dames viel vooral Debra Hays als Graziella op, een heldere
coloratuursopraan die haar rol van Italiaanse operazangeres eer aandeed. De
melige mezzosopraanstem van Eva Maria Günschmann had iets jeugdiger mogen
klinken voor de rol van Naemi, de dochter van Joseph Süss. De sopraan
Isabelle Razawi klonk gloedvol en kernachtig in haar confrontatie met de
door seks geobsedeerde Hertog.
Al bij al een boeiende voostelling al klonk het vaak wat te luid naar onze
smaak.
Er zijn nog voorstellingen op 6, 27 november, 7 en 16 december 2011.
G.M. (Gepubliceerd op 31/10/2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Walter Planté als Weissensee en Isabelle Razawi als zijn dochter
Magdalena.
2) Igor Gavrilov als Joseph Süss, Tobias Scharfenberger als de rabbijn Magus en
Eva Maria Günschmaan als Naemi.
3) Christoph Erpenbeck als Hertog Karl Alexander en Igor Gavrilov als Joseph
Süss.
Copyright foto's © Matthias Stutte.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()