OPERA GAZET
![]()
Operette
van
Arthur Sullivan (muziek) en
William
Schwenck Gilbert (libretto). Eerste opvoering van
"The pirates of Penzance" op 30 december 1879 in het Royal Bijou Theatre
te Paignton in Engeland. Bijgewoonde voorstelling in het Staatstheater am
Gärtnerplatz te München op 23 juli 2011.
De
jonge Frederick heeft als wees een contract met de Piraten, dat afloopt bij
zijn 21ste verjaardag. Hij heeft nog nooit een ander meisje gezien dan de
oudere Ruth, die hem grootbracht, en leeft dus al 21 jaar onder mannen.
Wanneer de vier dochters van de generaal-majoor bij de piraten aankomen,
krijgt hij de schok van zijn leven: vier jonge meisjes in één keer! Hij
wordt verliefd op Isabel, maar dan blijkt dat hij op 29 februari geboren is,
het nog tot zijn 85ste zal duren tot zijn 21ste verjaardag en dus zijn
dienst bij de piraten nog helemaal niet verlopen is…
Dit typisch Britse genre, ook wel eens “light opera” genoemd, kan vergeleken
worden met de Spaanse zarzuela en de Franse opera-bouffe van Offenbach.
Jarenlang werden de werken van Gilbert & Sullivan uitsluitend opgevoerd door
de
D’Oyle Carte Company, die de rechten beheerde.
De
uitvoering die wij bijwoonden, was in een Duitse versie van Inge
Greiffenhagen en Bettina von Leoprechting. We vreesden even dat een Duitse
vertaling niet voldoende de geest van de originele teksten zou weergeven.
Dit was helemaal niet het geval, zoals bleek uit de vlotheid waarmee de
voorstelling verliep. Uiteraard zagen we ook dat de regie van Holger Seitz
volgens ons totaal in de geest van de Engelse producties was, zoals wij er
enkele gezien hebben in Londen. Wat men hier verkreeg van alle solisten, het
koor en de figuranten was heerlijk om te horen en nog meer om te zien. Het
grootse en functionele decor van Herbert Buckmiller, evenals de traditionele
kostuums van Götz Lanzelot Fischer voldeden volledig aan al onze wensen. De
humor was steeds aanwezig maar nooit overdreven.
De zangers-acteurs waren allen van hoog niveau en uitstekend in hun diverse
rollen. We vernoemen ze dan ook in hun diverse karakters: Gunter Sonneson
als Generaal-majoor Stanley, Stefan Sevenich als de Piratenkoning, Sebastian
Camione als Samuel, zijn luitenant, Robert Sellier als Frederick de
piratenleerling, Martin Hausberg als Sergeant van de politie, Susanne Heyng
als Ruth, meisje voor alle werk bij de piraten, en de vier dochters van de
generaal-majoor: Heike Susanne Daum (Mabel), Frances Lucey (Edith), Carolin
Neukamm (Kate) en Ulrike Dostal (Isabel).
De
dirigent Andreas Kowalewitz koos de juiste vlotte tempi en slechts op één
plaats was er even onenigheid tussen zangers en orkest in een zeer vlug
fragment.
Dit was de laatste voorstelling, maar volgend seizoen kan men
uitkijken naar “De Mikado”, eveneens van Gilbert & Sullivan. De vele open
doekjes en het langdurige slotapplaus van het talrijk opgekomen publiek
waren zeker verdiend.
Een heerlijke voorstelling, voor iedereen vatbaar en zeer ontspannend.
H.V. (Gepubliceerd op 11/8/2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Ensemble.
2) Martin Hausberg als Sergeant met herenkoor.
3) Gunter Sonneson als Generalmajor, Holger Ohlmann als piratenkoning en Robert
Sellier als Frederic, de piratenleerling.
Copyright foto's ©
Lioba Schöneck.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
„DIE LIEBE ZU DEN DREI ORANGEN“
Opera
in vier akten en een proloog van
Sergej Prokofiev. Libretto van de componist
naar Carlo Gozzi. Duitse versie van Jürgen Beythien und Eberhard Sprink.
Wereldpremière in het Frans als "L'amour
des trois oranges" op 30 december 1921 te Chicago. Bijgewoonde voorstelling in
het Staatstheater am Gärtnerplatz te München op 24 juli 2011.
De prins is ziek en zal weldra sterven als men hem niet kan doen lachen. De
koning volgt de raad van de dokter op en zoekt een middel om zijn zoon aan
het lachen te brengen. Truffaldino, een soort hofnar, tracht op diverse
manieren de prins aan het lachen te krijgen, maar slaagt hier niet in.
Ondertussen belooft Prinses Clarisse aan Leander, de eerste minister, dat
zij met hem zal trouwen, wanneer de prins sterft, want dan wordt zij de
eerste troonopvolgster. Ondertussen betovert de heks Fata Morgana de prins,
zodat hij verliefd wordt op drie appelsienen. Hij trekt er dan op uit om
deze te zoeken, vergezeld van Truffaldino. Hij vindt tenslotte deze
appelsienen, maar ondertussen zijn ze beiden volkomen uitgeput door de dorst
en geraakt de prins buiten bewustzijn. Truffaldino ziet dan de drie
appelsienen en opent de eerste om het sap ervan te drinken. Uit deze
appelsien komt dan een prinses te voorschijn, maar wanneer Truffaldino haar
sap leeg drinkt, sterft zij. Dit gebeurt ook met de tweede appelsien. De
prins komt terug bij zinnen en ziet de kapot gemaakte derde appelsien, maar
drinkt hier niet van, zodat de derde prinses blijft leven. Na allerlei
intriges van de prinses Clarisse, Leander, en de heks Fata Morgana, komt
tenslotte alles goed, de prins lacht en wordt gelukkig met zijn prinses.
Voor alle duidelijkheid werd de Duitse tekst geprojecteerd in boventiteling.
De machtige inzet door het koor en extra koor, voorbereid door Jörn Hinnerk
Andresen, maakte onmiddellijk indruk. Het decor en de kostuums, ontworpen
door Timo Dentler en Okarina Peter, bestonden uit een groot kader op een
draaiend podium. Telkens men draaide, vormde zich een nieuw beeld, waarvoor
wel enige fantasie van de zaal nodig was. De meeste personages waren niet
direct herkenbaar en het duurde even alvorens wij
beseften dat deze in feite toch goed getypeerd waren. De zeer
levendige regie van Immo Karaman was na even wennen, best te smaken.
De rolverdeling was dusdanig gekozen, dat allen op gelijk niveau presteerden
in hun respectieve rollen. We noemen vooral Stephan Klemm als de koning,
Tilmann Unger als zijn zoon de Prins, Cornel Frey als Truffaldino, Gary
Martin als Leander, de eerste minister, Holger Ohlmann, de kokkin: een bas
in de rol van een vrouw. Bij de echte dames: Rita Kapfhammer als Fata
Morgana, de heks, Franziska Rabl, prinses Clarisse en Sibylle Duffe,
Ninetta, de derde prinses.
Het sterke orkest, het overweldigende koor, de grootse muziek werden zeer
goed gebracht onder de duidelijke en vurige leiding van Anthony Bramall.
Zoals we al meermaals ondervonden, was dit weer een zeer interessante
uitvoering door het Staatstheater am Gärtnerplatz.
H.V. (Gepubliceerd op 11/8/2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Ensemble.
2) Ensemble.
3) Cornel Frey als Truffaldino en Tilmann Unger als de prins.
Copyright foto's © Lioba Schöneck.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Opera
van Gaetano Donizetti (muziek) en
Felice Romani (libretto) naar het drama
“Lucrèce Borgia” van Victor Hugo. Wereldpremière op 26 december 1833 in het
Teatro alla Scala te Milaan. Première van deze productie door de Bayerische
Staatsoper op 23 februari 2009. Bijgewoonde voorstelling in het Nationaltheater te München op 25 juli 2011.
In Venetië spreken jonge mannen onder elkaar over de vloek die rust op de
Borgia’s. Men moet voor hen oppassen en vooral voor Lucrezia. Gennaro is een
eenzame jonge man, die droomt van een vrouw die hem omarmt als een moeder.
De anderen waarschuwen hem dat hij van
Lucrezia Borgia gedroomd heeft. In Ferrara is het feest in het kasteel
van de Duca D’Este en zijn vrouw Lucrezia Borgia. Alfonso, de Duca D’Este
vermoedt dat Gennaro de minnaar is van zijn vrouw, ook de vrienden van
Gennaro geloven dit, waarna deze laatste de hertogelijke vlag vernielt.
Lucrezia eist dan van haar man dat de schuldige ter dood wordt gebracht. Zij
willen Gennaro met gif om het leven brengen, maar op het laatste moment kan
deze nog een tegengif nemen, zodat hij in de nabijheid van Lucrezia kan
blijven. Gennaro wil Ferrara verlaten. Lucrezia weet niet beter dan alle
vrienden van Gennaro te vergiftigen. Zij is overtuigd dat zij door niemand
geliefd kan worden. Haar wraak treft weer Gennaro die nu weigert het
tegengif in te nemen. Stervend begrijpt hij wat hem zo aantrok bij Lucrezia:
zij is zijn moeder.
Als
we in de zaal komen, zien we dat het decor bestaat uit een verhoogd podium
en achteraan een grote wand met daarop de letters “Lucrezia Borgia”. Dit was
het decor van Henrik Ahr. In de loop van de avond schoof dit achterpaneel,
waarin ook een deur was, langzaam weg zodat bij de slotnoten enkel nog een
zwarte achterwand te zien was. Er werd met wat stoelen op en af gewandeld en
dat was het dan. De regie van Christof Loy bestond uit staan, zitten, liggen
en lopen, waarvan de reden niet steeds duidelijk was. Ook was het niet
eenvoudig een onderscheid te maken tussen de verschillende personages van de
kleine rollen: ze hadden allen hetzelfde pak aan.
De muzikale instudering berustte bij Bertrand de Billy, maar onze
voorstelling werd gedirigeerd door Paolo Arrivabeni. Onder zijn leiding
speelde het Bayerische Staatsorchester zeer stijlvol. Franco Vassallo zong
zeer voornaam en met volle klank de partij van Don Alfonso. De schitterende
jonge tenor Pavol Breslik zong moeiteloos met heldere en aangename stem de
rol van Gennaro. Uitstekend was ook de mezzosopraan Silvia Tro Santafé als
Maffio Orsini. Wie ook opviel was de tenor Nam Won Huh in de rol van Jeppo
Liverotto. Het programma vermeldde verder nog: Christian Rieger( Don Aposto
Gazella), John Chest (Ascanio Petrucci), Dean Power (Oloferno Vitellozzo),
Steven Humes (Gubetta), Emanuele D’Aguanno (Rustighello), Bálint Szabó
(Astolfo) en Julia Bachhuber (Principessa Negroni).
De titelrol werd gezongen door de wereldberoemde sopraan
Edita Gruberova. Ze
bezit nog steeds een volle, klankrijke stem en kan ook zeer mooie beheerste
piano’s zingen. Maar we hadden de indruk dat haar hoogste noten niet altijd
direct aansloegen en de slotnoot klonk nogal bedenkelijk. Maar de zangeres
zal hier waarschijnlijk op haar leeftijd geen problemen mee hebben daar een
deel van het publiek haar bij het slot tientallen minuten ovationeel bleef
toejuichen.
Na
de voorstelling waren we uitgenodigd op de uitreiking van de “Award of the
Munich Opera Festival Prize” aan de tenor Pavol Breslik.
H.V. (Gepubliceerd op 13/8/2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Pavol Breslik (Gennaro), Erik Årman (Oloferno Vitellozzo), Bruno Ribeiro
(Jeppo Liverotto), Christian Rieger (Don Aposto Gazella), Alice Coote
(Maffio Orsini) en Christopher Magiera (Ascanio Petrucci)
2) Edita Gruberova (Lucrezia Borgia)
3) Edita Gruberova (Lucrezia Borgia) en Ensemble (Foto: Wilfried Hösl)
Copyright foto's © Wilfried Hösl.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()