OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN WILDBAD

Festival Rossini in Wildbad

“L’ITALIANA IN ALGERI”

Drama giocosa in twee bedrijven van Gioacchino Rossini op een libretto van Angelo Anelli, oorspronkelijk geschreven voor de gelijknamige opera van Luigi Mosca. De eerste uitvoering had plaats in het Teatro San Benedetto te Venetië op 22 mei 1813. Première van deze productie door “Rossini in Wildbad” in de Trinkhalle te Wildbad op 19 juli 2015. Bijgewoonde voorstelling op 22 juli 2015.

L’Italiana in Algeri - Gheorghe Vlad als Lindoro, Laurent Kubla als Mustafa en Matija Meic als Taddeo. (Foto: Roxana Vlad)Als we bedenken dat Rossini zo’n veertig opera’s schreef op amper twintig jaar tijd, zich daarna terug trok uit het muzikale leven en alleen nog maar uitgebreide eetpartijen gaf, waarbij hij veelal zelf in de keuken gerechten bereidde, dan blijkt hij wel een zeer vreemde vogel te zijn tussen de andere operacomponisten. Met zijn composities nam hij het overigens niet steeds zo nauw: mocht een van zijn opera’s geen succes hebben, dan werden ouverture, aria’s en ensembles er uitgelicht en in andere opera’s geplaatst. Het duidt toch wel op een zeldzame genialiteit dat iemand die zo razend snel te werk ging - soms slechts twee weken voor de totstandkoming van werken als “Il Barbiere di Siviglia”, “La Cenerentola” en deze “Italiana in Algeri” - opera’s kon scheppen met zulk een bijzonder fraaie opbouw en vorm.

Van “L’Italiana in Algeri” woonden wij al een voorstelling bij te Wildbad in 2008 en wij vinden het toch wel jammer dat de bekendste werken van de maestro na zo’n korte periode al hernomen worden, terwijl opera’s als “Aureliano in Palmira”, “Eduardo e Cristina”, “Elisabetta” e.a. nog op een opvoering wachten.

L’Italiana in Algeri - Sara Blanch als Elvira, Daniele Caputo als Haly en Silvia Aurea De Stefano als Zulma. (Foto: Roxana Vlad)Hoe dan ook, wij vinden “L’Italiana” een bijzonder geslaagde komische opera en wij hebben ook aan deze voorstelling heel wat plezier beleefd. Op de enscenering werd weliswaar fel bespaard, want het was een semi-concertante uitvoering, waarbij het koor (met partituur) braaf achteraan bleef staan, terwijl de solisten (zonder partituur) levendig hun partij zongen en acteerden, evenwel zonder enige decors en/of rekwisieten. Dat werkte goed in de eerste acte, maar bij de verkleedpartijen in de tweede acte, was het een ongeloofwaardig gesukkel.

Ook het zingen was wat wisselvallig. De meest opvallende vertolking kwam van onze landgenoot Laurent Kubla als Mustafa. Wij hoorden hem al meermaals in voorstellingen van de Opéra Royal de Wallonie te Luik en in kleinere partijen in de Munt te Brussel. Zijn smeuïge basbaritonstem leende zich uitstekend voor de bombastische rol van de Bey van Algerië en hij acteerde met veel zwier en panache. Minder geslaagd was de Isabella van Ana Victoria Pitts, een alt met een goede coloratuur vaardigheid die ook mooie diepe noten kon zetten, maar blijkbaar niet in een goede dag was. Zij miste enkele hoge noten en moet het zelf goed geweten hebben, getuige haar ontevreden gelaatsuitdrukking bij het slotapplaus.

L’Italiana in Algeri - Marina Viotti als Isabella in de voorstelling van 19/7 en Daniele Caputo als Haly. (Foto: Roxana Vlad)Bijzonder speels en uitgelaten waren de sopraan Sara Blanch als Elvira, de verwaarloosde gade van Mustafa en de mezzo Silvia Aurea De Stefano als haar vertrouwelinge Zulma. Zeer goed was ook de bariton Matija Meic als Taddeo. Hij was ons vorig jaar al gunstig opgevallen als Don Alvaro in “Il Viaggio a Reims”. Hij is gezegend met een sonore en vrije baritonstem. Met zijn gemakkelijke hoogte en aangeboren acteertalent, zouden wij hem wel eens als Figaro willen horen.
Ook de bariton Daniele Caputo mocht er zijn als Haly. De vederlichte tenor Gheorge Vlad was dan weer wat teleurstellend als Lindoro. Hij heeft wel het juiste stemtype voor de rol, maar in zijn aria’s was zijn voordracht onzeker en op het randje van het amateuristische af. In de ensembles was dat minder merkbaar en kleurde zijn stem mooi in het geheel.

Het koor heeft in “L’Italiana” maar enkele korte bijdragen te leveren en het kleine Camerata Bach Chor Posen was hiervoor best geschikt. De Virtuosi Brunenses deden hun naarm eer aan en klonken zeer virtuoos onder de bezielende leiding van José Miguel Perez-Sierra.

Foto's van boven naar onder:

1) Gheorghe Vlad als Lindoro, Laurent Kubla als Mustafa en Matija Meic als Taddeo.
2) Sara Blanch als Elvira, Daniele Caputo als Haly en Silvia Aurea De Stefano als Zulma.
3) Marina Viotti als Isabella in de voorstelling van 19/7 en Daniele Caputo als Haly.

Copyright foto's © Roxana Vlad.

G.M. (Gepubliceerd op 27/7/2015)

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

Festival Rossini in Wildbad

“L’INGANNO FELICE”

Farsa van Gioacchino Rossini op een libretto van Giuseppe Maria Foppa. Gecreëerd in het Teatro San Moisè te Venetië op 8 januari 1812. Première van deze productie door “Rossini in Wildbad” in het Königliches Kurtheater te Wildbad op 11 juli 2015. Bijgewoonde voorstelling op 23 juli 2015.

L’inganno felice - In de jeep: Tommaso Dionis als fluitsolo, Tiziano Bracci als Batone, Baurzhan Anderzhanov als Ormondo en Artavazd Sargsyan als de Hertog. (Foto: Patrick Pfeiffer)Met “L’inganno felice”, dat wij kunnen vertalen als “het gelukzalige bedrog”, werd Rossini voor de vierde keer door een theater geëngageerd. Dit noemde men “una scrittura”: dit wou zeggen dat het om een losse opdracht ging, waarbij een overeenkomst werd gemaakt tussen de impresario en de maestro of de zangers voor één seizoen. Zo ging het tewerk in de kleinere theaters in Italië. Tussen 1810 en 1815 spurtte de jonge Rossini van het ene theater naar het andere en schreef gemiddeld vier opera’s per jaar. De inkomsten van een componist lagen lager dan deze van de sterzangers. Omdat Rossini niet alleen in zijn eigen levensonderhoud moest voorzien, maar ook in dat van zijn ouders was hij wel gedwongen tot zo’n koortsachtige activiteit.
Geen wonder dat al die jeugdwerken niet veel diepgang hebben, maar de humor en het komische element waren al onmiskenbaar aanwezig.

De inhoud van “L’inganno felice” is nochtans ver van komisch. Een hertogin die onterecht van ontrouw beticht wordt, door haar man ter dood veroordeeld en alleen op een bootje de verre zee in gestuurd wordt, doet niet meteen aan een “farsa” denken. Gelukkig spoelt zij ergens aan wal en wordt door de brave bergarbeider Tarabotto als zijn dochter in zijn gezin opgenomen. Als tien jaar later de hertog en zijn gezelschap op oorlogspad bij Tarabotto terecht komt, wordt alles in het reine getrokken en de valsaard op dezelfde manier op een bootje gebonden en in zee gestuurd. Einde goed, alles goed, behalve voor de valsaard natuurlijk.

L’inganno felice – Lorenzo Regazzo als Tarabotto en Silvia Dalla Benetta als Isabella. (Foto: Patrick Pfeiffer)Wij waren aangenaam verrast door de enscenering van Jochen Schönleber, niet zozeer omdat de opera in een modern jasje gestoken werd, dan wel door de sobere en smaakvolle decorbouw, de eenheid van kleuren met overwegend grijstinten. Het militaire gezelschap komt op in een jeep, bijna zo groot als de scène van het kleine Kurtheater zelf. Met een soldaat die een fluitsolo speelt op de achterbank van het voertuig, zagen zij er niet meteen angstwekkend uit en zij deden ons onwillekeurig denken aan het sympathieke leger van “Captain Corelli’s Mandolin”.

Vocaal werden wij bij deze voorstelling bijzonder verwend. De jonge Italiaanse sopraan Silvia Dalla Benetta was als de Hertogin Isabella een lust om naar te kijken en te luisteren. Met een steeds beheerste en precies gevoerde stem, gaf zij haar aria’s ten beste. Zij werd waardig van repliek gediend door de lichte tenor Artavazd Sargsyan als de Hertog, een Fransman ondanks zijn vreemde naam, die ons ook de vorige jaren al gunstig opgevallen was.
Dat waren trouwens de enige lichte stemmen in deze opera, want de overige personages werden waargenomen door twee basbaritons en een bas. De bas was Lorenzo Regazzo, een geregelde gast bij het Rossini-Fesival in Wildbad. Het was een hele omwenteling om hem nu te horen als de brave Tarabotto na zijn regelrechte schurkenrol in “Semiramide” in 2012.
Bij de basbaritons bekoorde vooral Tiziano Bracci. Als Batone, de metgezel van de échte schurk Ormondo, viel hem de moeilijke taak te beurt om een aanvankelijk vals personage wat sympathieke trekjes te geven. Door zijn wat logge, gemoedelijke verschijning en zijn smeuïge stem, lukte hem dat wonderwel. Baurzhan Anderzhanov was met zijn droge, kernachtige basbariton juist geknipt voor de rol van de gluiperige Ormondo.

L’inganno felice – Het volledige ensemble in de slotscène met Ormondo vastgebonden in de boot, klaar om in zee afgevoerd te worden. (Foto: Patrick Pfeiffer)Antonino Fogliano leidde de Virtuosi Brunenses met de gloed en de vitaliteit die wij van hem kennen. Zoals steeds, wist hij zijn ensemble niet volledig in toom te houden. Een euvel dat in het kleine Kurtheater bijzonder tot uiting kwam. Waarom toch al die decibels produceren in deze kleine ruimte? Wildbad mag dan wel een oord zijn waar veel gehandicapten en revaliderende mensen het straatbeeld vormen, in de opera moeten de toeschouwers daarom nog niet als doven behandeld worden.

G.M. (Gepubliceerd op 27/7/2015)

Foto’s van boven naar onder:

1) In de jeep: Tommaso Dionis als fluitsolo, Tiziano Bracci als Batone, Baurzhan Anderzhanov als Ormondo en Artavazd Sargsyan als de Hertog.
2) Lorenzo Regazzo als Tarabotto en Silvia Dalla Benetta als Isabella.
3) Het volledige ensemble in de slotscène met Ormondo vastgebonden in de boot, klaar om in zee afgevoerd te worden.

Copyright foto's © Patrick Pfeiffer.

G.M. (Gepubliceerd op 27/7/2015)

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

Festival Rossini in Wildbad

“BIANCA E FALLIERO”

Opera Van Gioacchino Rossini op een libretto van Felice Romani. Gecreëerd in het Teatro alla Scala van Milaan op 26 december 1819. Première van deze productie door “Rossini in Wildbad” in de Trinkhalle te Wildbad op 18 juli 2015. Bijgewoonde voorstelling op 24 juli 2015.

Bianca e Falliero - Baurzhan Anderzhanov als Capellio, Cinzia Forte als Bianca en Kenneth Tarver als Contareno. (Foto: Patrick Pfeiffer)Buiten het Rossini Opera Festival in Pesaro, waar "Bianca e Falliero" in 1986, 1989 en 2005 werd opgevoerd, is dit één van de minst gespeelde werken van Rossini. Het stereotiepe verhaal doet denken aan “Tancredi”. Contareno wil zijn dochter Bianca ten huwelijk geven aan Capellio om zo een familietwist over een erfenis in zijn voordeel te beslechten. Bianca zelf is echter verliefd op de jonge generaal Falliero die net als overwinnaar uit een veldslag is weergekeerd. Wanneer Falliero door een misverstand aangetroffen wordt nabij de Spaanse ambassade, wordt hij aanzien als een overloper. Contareno ruikt zijn kans en wil Falliero als verrader ter dood laten brengen. Het is slechts dankzij de getuigenis van Bianca en de grootmoedigheid van Capellio dat Falliero van de doodstraf gered wordt. Contareno kan uiteindelijk niets anders doen dan zijn dochter aan Falliero schenken.

Met zijn ellenlange aria’s en duetten, zijn eindeloze herhalingen en versieringen, is het te begrijpen dat dit één van Rossini’s minst gespeelde werken is. Met een sterbezetting en feilloze zangprestaties, kan deze opera misschien nog licht te verteren zijn, zo niet begint de voorstelling al vlug te vervelen. Dat was het geval in Wildbad, waar de belangrijke rol van Falliero waargenomen werd door de Russische mezzosopraan Victoria Yarovaya. In de DVD-opname van Pesaro uit 2005 zingt Daniela Barcellona deze rol, die haar als het ware op het lijf geschreven staat. Het is misschien unfair een vergelijking te maken met de veel jongere Yarovaya, maar het maakt wel duidelijk dat ze alle kwaliteiten heeft om de rol te zingen, maar van alles iets te weinig heeft. Ze is te klein en niet mannelijk genoeg voor de rol van een veldheer, de stem is te licht en is net niet soepel genoeg, ze mist ook wat warmte, de diepte heeft niet genoeg “creux” en de hoogte is wat schril.

Bianca e Falliero - Victoria Yarovaya als Falliero. (Foto: Patrick Pfeiffer)Wij waren meer opgetogen met de Bianca van Cinzia Forte. Ze was jeugdig van klank en gaf enkele feilloze topnoten ten beste, maar echt stralend was de stem niet. Een volledig afgewerkte interpretatie met totaal stijlgevoel kregen wij enkel van de Amerikaanse tenor Kenneth Tarver als senator Contareno. Hij is natuurlijk een gevestigde waarde en het doet al eens deugd om in Wildbad, naast de vele jonge beloftevolle elementen, een zanger te horen die zijn pluimen al verdiend heeft.

In contrast was senator Capellio van Baurzhan Anderzhanov een regelrechte teleurstelling. Hij riep meer dan hij zong en dat geldt in een belcantowerk van Rossini als een doodzonde. Jammer dat dirigent Antonino Fogliani dat zomaar door de vingers ziet en bovendien het Camerata Bach Chor Posen en de Virtuosi Brunenses steeds op volle kracht laat zingen en musiceren. Wij schreven het al zo dikwijls en herhalen het nog maar eens: als het orkest minder lawaai maakt, moeten de zangers zich minder forceren en wordt een voorstelling sowieso aangenamer om te beluisteren.

Kleinere rollen werden verdienstelijk vertolkt door Laurent Kubla als de Doge van Venetië, Marcin Banas als senator Loredano, Marina Viotti als Costanza en Artavazd Sagsyan als Pisani.

 Bianca e Falliero - Cinzia Forte als Bianca. (Foto: Patrick Pfeiffer)De enscenering van Primo Antonio Petris was weinig aantrekkelijk. Zinloos modern met een vlamrode etalagepop die het midden van de scène ontsierde, zenuwtergend gesticulerende koorleden en projecties die vaak niets met de opera te maken hadden.

Wij zagen al betere producties in Wildbad…

Foto’s van boven naar onder:

1) Baurzhan Anderzhanov als Capellio, Cinzia Forte als Bianca en Kenneth Tarver als Contareno.
2) Victoria Yarovaya als Falliero.
3) Cinzia Forte als Bianca.

Copyright foto's © Patrick Pfeiffer.

Copyright foto's © Patrick Pfeiffer.

G.M. (Gepubliceerd op 27/7/2015)

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

Festival Rossini in Wildbad

“LE CINESI”

Salonopera van Manuel Garcia op een libretto van Metastasio. Gecreëerd te Parijs in 1831. Première van deze productie van de “Amics de l’Opera de Sarria” in Barcelona op 11 april 2015. Première in het Königliches Kurtheater te Wildbad op 12 juli 2015. Bijgewoonde voorstelling op 25 juli 2015.

Le cinesi - Ana Victoria Pitts als Tangia, César Arrieta als Silango en Sara Baneras als Lisinga. (Foto: Roxana Vlad)Manuel del Populo Vicente Garcia schreef dit werkje in 1831 om in private kringen opgevoerd te worden in Parijs met zijn zangleerlingen als solisten. Dezelfde Manuel Garcia is natuurlijk ook gekend als de vader van twee dochters: Maria en Pauline. Ze werden allebei wereldberoemde zangeressen als Maria Malibran en Pauline Viardot. De muziek is bijzonder welluidend. Het is duidelijk dat Garcia geen eigen stijl ontwikkeld heeft, maar wel sterk beïnvloed werd door de componisten waarvan hij de werken zong: Mozart, Rossini en hun tijdgenoten zijn onmiskenbaar aanwezig.

Deze salonopera heeft inhoudelijk niet veel met China te maken. Het gaat over een zekere Lisinga, haar broer Silango en twee vriendinnen, Tangia en Silvene, waarvan de laatste een oogje heeft op Silango. Ze improviseren beurtelings theaterscènes in verschillende stijlen: een komedie, een tragedie en een pastorale. Dan zoeken zij een winnaar uit maar komen niet tot een vergelijk, waarop ze dan maar samen een ballet dansen. Het is zonneklaar dat deze inhoud niet veel om het lijf heeft en enkel bedoeld is om Garcia’s leerlingen beurtelings hun nummertje te laten zingen.

Bij de opvoering die wij bijwoonden waren dat een sopraan, een tenor en twee mezzo’s. De mezzo Ana Victoria Pitts, die wij enkele dagen daarvoor gehoord hadden als Isabella in “L”Italiana in Algeri”, was hier in optima forma en zong met veel charme en jeugdig elan. De andere mezzo, Silvia Aurea De Stefano, had als Silvene een minder fluwelen stem, maar acteerde met veel pit en gebruikte al haar charmes om Silango te verleiden, vertolkt door de bijzonder lichte tenor César Arrieta.
De sopraan Sara Baneras was als Lisinga nu eens schalks, dan weer enigszins hooghartig en autoritair. Haar heldere sopraanstem contrasteerde mooi met deze van haar collega’s.

Le cinesi - César Arrieta als Silango en Silvia Aurea De Stefano als Sivene. (Foto: Roxana Vlad)Het klavier werd bijna volledig in een zijvleugel van de toneelruimte geduwd, zodat de onrechtstreekse klank de zangers nooit overstemde. Michele D’Elia verdient niets dan lof dat hij zijn piano niet als slagwerk hanteerde en de zangers steeds met een zacht, parelend geluid begeleidde. Het was ook opvallend hoe mooi en melodieus deze pianobegeleiding was.

Jochen Schönleber liet het viertal heel uitbundig acteren en gaf hun ook de gelegenheid om met diverse outfits te paraderen.

G.M. (Gepubliceerd op 28/7/2015)

Foto’s van boven naar onder:

1) Ana Victoria Pitts als Tangia, César Arrieta als Silango en Sara Baneras als Lisinga.
2) César Arrieta als Silango en Silvia Aurea De Stefano als Sivene.

Copyright foto's © Roxana Vlad.

G.M. (Gepubliceerd op 27/7/2015)

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

Festival Rossini in Wildbad

“IL VESPRO SICILIANO”

In Vespro siciliano - Affiche creatieGrote heroïsche opera van Peter Joseph von Lindpaintner op een libretto van Heribert Rau, in het Italiaans vertaald door Wilhelm Häser. Gecreëerd in het Königliches Hoftheater te Stuttgart op 6 mei 1843. Première van deze productie door “Rossini in Wildbad” in de Trinkhalle te Wildbad op 23 juli 2015. Bijgewoonde concertante uitvoering op 25 juli 2015.

Peter Joseph von Lindpaintner genoot veel faam, meer nog als dirigent dan als componist, ondanks het feit dat hij meer dan twintig opera’s schreef. Zijn meest succesvolle opera, Der Vampyr, ging in première in hetzelfde jaar 1828 als de gelijknamige opera van Marschner. Maar, terwijl de opera van Marschner zich tot nu gehandhaafd heeft, verdween het werk van Lindpaintner, zoals al zijn andere opera’s volledig van het speelplan. In hun brieven uitten Berlioz en Mendelssohn zich bijzonder positief over Lindpaintner, vooral over zijn dirigeerkunst en zijn drastisch organisatorisch talent als Kappelmeister aan het Hof van Württemberg.

Danilo Formaggia“Die sizilianische Vesper” werd twaalf jaar vroeger geschreven dan de meer bekende opera “Les vêpres siciliennes” van Verdi. Ondanks de goed gedocumenteerde uitleg in het programmaboekje, vonden wij het wat bizar dat de opera hier in een Italiaanse vertaling gezongen werd (weliswaar uit de tijd van Lindpaintner zelf). Ook de enkelvoudige titel “Il vespro siciliano” doet wat vreemd aan. De originele Duitse titel kan zowel in het enkelvoud als in het meervoud geïnterpreteerd worden, maar het meervoud is volgens ons toch een betere keuze. De actie is verschillend van deze van de opera van Verdi. Alles draait hier om de Siciliaanse Graaf Fondi, die in het geheim getrouwd is met Eleonara, een dame waarop ook koning Carlo d’Anjou zijn zinnen gezet heeft.

Lindpaintner stond bekend als een punctuele dirigent, die absoluut geen slordigheden en slechte voorbereidingen van zijn musici duldde. Hij zou beslist niet tevreden geweest zijn met de concertante uitvoering die wij in Wildbad bijwoonden.
Na de wat bombastische ouverture was de inzet van het koor een jamboel van jewelste. Ze bleken wel aan een eerste lezing toe. Ook de solisten stonden de ganse avond met hun neus in de partituur. Het was duidelijk dat de uitvoering in de eerste plaats bedoeld was om de CD-opname zo gaaf mogelijk op een geluidsband (of nu een bestand?) te krijgen en niet om het publiek met wat actie te bekoren.

Gelukkig kregen wij enkele goede vertolkingen van de solisten te horen. De tenor Danilo Formaggia was een hartstochtelijke Graaf Fondi. In de hoge tessituur had hij misschien iets trefzekerder mogen zijn, maar hij bekoorde door zijn mooi helder timbre en zijn lyrische voordracht. Silvia Dalla Benetta was niet de eerste keuze voor de rol van Eleonora, dat moest Alessandra Marianelli zijn, maar ook de tweede keuze bleek een bijzonder goede. Silvia Dalla Benetta is een sopraan met een indringend helder timbre en een fraaie hoogte.

Silvia Dalla BenettaDe heroïsche kant van de opera werd gedragen door de bariton Matja Meic als Carlo d’Anjou en Dario Russo als Giovanni da Procida, een bas zoals bij Verdi. In de strijdlustige aria’s en ensembles konden onbekommerd alle registers opentrokken worden en dat deden zij ook met veel overtuiging. Vooral de ruwe, donkere kracht van de bas was ronduit onweerstaanbaar. Opvallend goed waren ook Sara Baneras als Celinda, de vertrouweling van Eleonora en Ana Victoria Pitts als Albino, de page van de graaf.

Er waren enkele zwakke momenten bij de kleinere rollen, o.a. de lichte tenor César Arrieta als Alphonse Drouet en de samenzang van de Siciliaanse edelen was soms wat stuntelig.

Er was een duidelijke boventiteling en een goede uitleg met wat er op scène gebeurt, waardoor de actie probleemloos te volgen was.

Het nu voltallige orkest van de Virtuosi Brunenses onder de leiding van Federico Longo klonk niet altijd even accuraat, maar zo’n heroïsche opera kan wel tegen een stootje. De synchronisatie tussen zangers, koor en orkest liep ook al eens mank en er ligt nog wel wat werk voor de boeg om met het nodige knip- en plakwerk tot een volwaardige CD-opname te komen.

Hoe dan ook, een honderd procent gave opname zal het nooit worden, maar in de reeks van onbekende opera’s bij Naxos zal de opname wel bijval kennen bij operaliefhebbers die er op uit zijn via CD kennis te maken met een volledig onbekend werk.

Dario RussoDe opera duurde bijna vier uur, inclusief enkele korte pauzes en genoot een lovend succes.

Toch wel een hele prestatie van het Rossini-Festival, waar de jaarlijkse rariteiten doorgaans meer kleinschalige opera’s zijn.

G.M. (Gepubliceerd op 28/7/2015)

Foto's van boven naar onder:

1) Affiche van de creatie in Stuttgart.
2) Danilo Formaggia.
3) Silvia Dalla Benetta

4) Dario Russo.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND