OPERA GAZET
![]()
RICHARD WAGNER (1813-1883)
Richard
Wagner werd geboren in Leipzig op 22 mei 1813 (astrologisch gezien is hij een
tweeling). Hij stamt uit een oud
Saksisch geslacht van ambtenaren, waarvan enkele ook blijk gaven van muzikale
aanleg.
Zijn vader Karl Friedrich interesseerde zich in zijn vrije tijd heel erg voor
literatuur en toneel en alzo kwam hij in aanraking met de acteur Ludwig Geyer.
Deze man, een jood, zou de echte vader van Richard Wagner zijn geweest.
In 1813 stierf Karl Friedrich door een tyfusepidemie en in 1814 trad
Johanna Rosina Pätz, de moeder van Richard Wagner, voor de tweede keer in het
huwelijk met Ludwig Geyer, die juristen en musici had onder zijn voorouders.
Over het algemeen had Wagner geen goede jeugd.
Hij was veel ziek, hij had slechte ogen en hij werd van de ene school
naar de andere gestuurd. Hij zat
wel in een milieu van toneelspelers.
Hij had ondertussen ook piano leren spelen.
Het lezen van boeken legde de basis van zijn intellectuele kennis en ook
zijn contact met de universiteitsstudenten in Leipzig.
Hij was een geregelde bezoeker van de Gewandhaus-concerten en van de
operaschouwburg. Zo maakte hij
kennis met o.a. Beethoven, Mozart, Weber, Marschner en Auber.
ONSTUIMIG BEGIN.
Sedert
1828 had hij zich ernstig toegelegd op de compositietechniek, hij nam lessen in
harmonie bij Christian Müller. Zijn
familieleden waren verzoend met het idee dat hij musicus zou worden. Hij
deed het nodige voorbereidende werk en in 1832 werd hij student in de
muziekgeschiedenis, hij volgde ook colleges in wijsbegeerte, esthetica en
compositie. Uiteraard had hij
ondertussen allerlei instrumentale werken gecomponeerd.
In 1833 aanvaardde hij een job als repetitor aan de schouwburg te Würzburg, want
tot dan toe had hij geleefd op de kosten van zijn familie.
Tijdens dat jaar werkte hij ook aan de
partituur van zijn eerste opera «Die Feen».
Reeds vroeg had Wagner de nodige amoureuze avonturen, maar in 1836 huwde hij de
zangeres Minna Planer die hij had leren kennen toen hij kapelmeester was aan de
opera van Magdeburg. Voordien had
hij reeds de opera «Das Liebesverbot» geschreven.
Er brak nu een heel lange periode aan, waarin de Wagners steeds op de vlucht
waren voor hun schuldeisers.
Bovendien bleek al heel vlug dat hun huwelijk een mislukking was.
Wagner was geen ideale echtgenoot, hij wist geen orde te houden op zijn
financiën, terwijl Minna niet in staat bleek te zijn de ware roeping van haar
man te begrijpen.
Ondertussen zat de opera «Rienzi» reeds in zijn hoofd en toen hij met zijn vrouw
naar Londen vluchtte, vertelden de zeelieden hem heel wat legendes o.a. over «De
Vliegende Hollander». In 1839
reisde hij van Londen naar Parijs, waar hij in contact kwam met Meyerbeer, die
hem waardevolle introducties bezorgde bij een aantal vooraanstaande
persoonlijkheden. Hij deed allerlei
werk voor een muziekuitgever, hij schreef heel wat artikels voor de «Gazette
Musicale», maar de verdiensten van Wagner bleven laag, zodat het niet lang
duurde of hij had ook in deze stad veel schulden.
Ondertussen voltooide hij de partituur van «Rienzi», welke in 1841 te
Dresden werd opgevoerd. In Parijs
had hij ook de legendes van «Tannhäuser» en «Lohengrin» leren kennen.
Wagner moest afrekenen met veel tegenstand, maar hij kon anderzijds ook rekenen
op de toegewijde steun van vrienden.
In 1843 was hij aangesteld tot kapelmeester van de Hofschouwburg van Dresden.
Gezien hij geen gemakkelijke man was, gezien hij heel veel eisen stelde
aan de instrumentalisten en de zangers, gezien het nieuwe van zijn opera's,
maakte hij heel moeilijke tijden door.
Hierbij kwam dat zijn schuldeisers hem nooit gerust lieten.
In 1843 werd «Der Fliegende Holländer» opgevoerd te Dresden.
In dezelfde stad werd twee jaar later «Tannhäuser» gecreëerd.
Nu en dan had hij wel succes met zijn opera's, maar over het algemeen
waren al deze ondernemingen deficitair en Richard leende maar steeds opnieuw
geld. Toen brak het revolutiejaar
1848 aan en gezien zijn politieke engagement moest hij vluchten naar
Zwitserland. Na een gevaarlijke
tocht en dankzij een vals paspoort kwam hij op 28 mei 1848 aan in Zürich.
DE VERBANNING.
Deze
gebeurtenis had natuurlijk de aandacht op zijn naam gevestigd en ook de
belangstelling van Liszt kwam zijn groeiende faam ten goede.
Deze zorgde ervoor dat «Lohengrin» in 1850 te Weimar werd gecreëerd.
Minna was ook naar Zürich gekomen en buiten het componeren van opera's
begon Wagner ook theoretische geschriften te publiceren waaronder «Das Judentum
in der Musik», dat op heel wat tegenstand stuitte en waarschijnlijk ingegeven
werd door zijn afgunst ten opzichte van Meyerbeer.
Vanaf 1850 was hij begonnen het libretto te schrijven van «Der Ring des
Nibelungen». De gestatieperiode en het creatieproces van dit werk zouden
zo'n 25 jaar in beslag nemen (van 1850 tot 1875).
Gedurende de periode in Zürich was hij zich heel erg beginnen te interesseren
voor Mathilde Wesendonck, de echtgenote van één van zijn weldoeners.
In zijn gevoelens voor haar vond hij de inspiratie om «Tristan and Isolde»
te schrijven. Deze compositie werd
voltooid in 1856.
In 1859 was Wagner terug in Parijs en maakte voor de Opéra een Parijse versie
van de opera «Tannhäuser» (toevoeging van een ballet).
DE TERUGKEER.
Vanaf
1861 mocht Wagner terug naar Duitsland komen.
De roem van de meester steeg voortdurend, dankzij opvoeringen van zijn
opera's te Wenen, Praag, St. Petersburg en Boedapest.
Ook waren zijn werken gedurende de voorbije jaren in de verschillende
streken van Duitsland regelmatig opgevoerd.
Maar zijn financiële schuldenlast werd hoe langer hoe groter... en dan
kwam de redding in de persoon van Ludwig II van Beieren.
De koning was een groot bewonderaar van Wagner's oeuvre.
Hij deelde de idealen van de componist wat de Duitse kunst betrof en
wilde helpen met de realisatie hiervan.
Daarom wilde hij hem alle materiële zorgen ontnemen, teneinde hem toe te
laten zijn genie in volle luister uit te spreiden.
Ondertussen had de meester zich in München gevestigd en in juni 1864 vestigde
Cosima (echtgenote van de dirigent Hans von Bülow en dochter van de componist
Franz Liszt) zich bij hem. Een jaar
later werd hun dochter Isolde geboren.
Voor Cosima was de oudere meester een ware «coup de foudre» en zonder
rekening te houden met de maatschappelijke conventies ging zij met hem
samenleven. In 1865 werd dan
eindelijk de opera «Tristan und Isolde» gecreëerd te München.
Politieke en persoonlijke moeilijkheden waren de aanleiding, dat Richard en
Cosima München moesten verlaten. In
1867 werd hun tweede dochter Eva geboren en in 1869 volgde hun zoon Siegfried.
Richard Wagner was reeds in 1858 gescheiden, doch Cosima was eerst een
vrije vrouw in 1870. In datzelfde
jaar traden zij in het huwelijk. Op
de achtergrond was er nog steeds de geldelijke steun van de koning van Beieren,
alhoewel zijn geloof in deze beschermeling erg geschokt was.
In 1868 vond te München de creatie plaats van «Die Meistersinger von Nümberg».
De bijval van dit werk was zeer groot.
Gezien sommige opvoeringen werden bijgewoond door bekende componisten
zoals Johannes Brahms en Camille Saint-Saëns werd de faam van Wagner steeds maar
groter.
In heel Europa kwamen er kernen van overtuigde Wagnerianen, die zorgden voor de
uitvoering van de muziek van hun idool.
BAYREUTH.
Steeds
sterker geraakte Wagner gehecht aan zijn plan een eigen schouwburg te hebben
voor de opvoering van «Der Ring des Nibelungen» en zijn keuze viel op Bayreuth.
Dankzij de wet op de auteursrechten van 1870 waren zijn inkomsten veel
hoger geworden, alhoewel zij nog altijd door zijn uitgaven werden overtroffen.
Het was de koning van Beieren, die in 1874 weer financieel ter hulp kwam
en alzo werd Wagner in staat gesteld zijn eerste festival tegen 1876 voor te
bereiden. Een eigen schouwburg
betekende voor de Wagners ook een nieuw huis, dat Wahnfried werd genoemd.
Het festival werd het zoveelste financiële «débâcle», maar dat vond
Wagner niet zo erg. Hij was vooral
getroffen door het feit, dat het publiek zijn doelstellingen niet scheen te
begrijpen. Bayreuth was geen echte
kunsttempel geworden, maar de verzamelplaats van een groep snobs.
Tegen deze ontgoocheling vond hij alleen
troost in de compositie van zijn laatste werk «Parsifal», dat in 1882 werd
opgevoerd.
Alhoewel zijn gezondheidstoestand te wensen overliet ging Wagner in september
1882 met zijn familieleden naar Venetië, waar hij op 13 februari 1883 overleed.
Zijn lijk werd in volle staatsie naar Bayreuth gevoerd.
Hij werd te Bayreuth in de tuin van Wahnfried begraven.
DE MUZIEK.
In
feite verloochende Richard Wagner elke bekende muzikale vorm en verving deze
door een nieuwe eenheidsformule gesteund op het «Leit-Motiv» (een terugkerende
en steeds herkenbare melodie), de ruggegraat van zijn hele compositietechniek.
Het volstaat enkele thema's van buiten te leren om deze muziek met
aandacht te kunnen volgen, wat echter niet wil zeggen in zijn diepste wezen te
begrijpen. Door zijn bijzondere
orkestratietechniek, zijn vooruitstrevende harmonische toepassing, maar
voornamelijk door zijn ver doorgedreven chromatiek heeft Richard Wagner op
onmiskenbare wijze bijgedragen tot de evolutie van de muziekkunst en tot het
ontstaan van haar hedendaagse stijlopvattingen.
Samenvattend kan gezegd worden dat Richard Wagner voor zijn tijd tot de
voornaamste componisten voor het zangtoneel behoorde en dat hij door zijn
toonspraak één van de meest authentieke wegbereiders van onze hedendaagse muziek
was.
P.T.
TERUG NAAR KEUZELIJST EDUCATIEF
![]()